Trekvogel gedrag

We kennen bij vogels de voorjaarstrek naar hun broedgebied en de najaarstrek weer terug naar hun overwintergebied. Wanneer is het tijd om te vertrekken en wie gaat waar naar toe en hoe vinden ze toch telkens weer de weg naar hun overwinterplaats en welke gevaren komen ze hier tegen.

Van de trekvogels zijn de zangvogels in de meerderheid omdat dit voedselaanbod in de winter hier gering is, zoeken ze het zuiden op. Ook de weidevogels die afhankelijk zijn van de insecten en van wormen in de drassige Nederlandse bodem trekken naar het zuiden.

Is het hun instinct, is het erfelijk bepaald of is het een aangeboren gedrag. Een theorie is dat het trekinstinct wordt aangewakkerd bij het veranderen van het aantal lichturen per dag en dat zijn de signalen om naar hun winterverblijf te vertrekken. De theorie om weer terug te vliegen is gebaseerd op de lengte van lichturen per dag.  De dagen op en rond de evenaar zijn kort en bij  hun broedgebied op het noordelijk halfrond zijn de dagen langer en hebben de vogels meer daglicht en dus meer uren om hun jonge te voeren.

Het mysterie over hoe de trekvogels navigeren daarvan is bekend dat dit gebeurt met de magnetische velden op aarde. De zon en de sterren maar ook de kustlijnen en rivieren hebben een belangrijke rol.  Moeten wij met de auto van A naar B dan wordt de navigatie meteen geraadpleegd. Het blijft dan ook een groot mysterie hoe de jonge vogels zoals de fitis, tjiftjaf, blauwborst, zwartkop en nog veel meer zangvogels na enkele weken uit het nest de weg blindelings bijna vinden enkele duizenden km naar hun overwinteringsgebied in Afrika.

Tegenwoordig weten we meer van het trekgedrag van de vogels omdat veel vogels worden voorzien van een ring of van een gps zendertje. 

Enkele vogeltrekweetjes

De najaarstrek duurt langer dan de voorjaarstrek en dat heeft te maken met het broedinstinct van de vogels.

De grootste hoogte ooit waargenomen bij een vogeltrek is van de Rüppells gier op 11277 meter maar ook de kraanvogel kan er wat van en bij deze vogel is ooit een hoogte van10058 meter gemeten.

De langste afstand naar het broedgebied en weer terug wordt jaarlijks afgelegd door de Noordse stern met een afstand van 35000 km, de kampioen onder de trekvogels.

Om energie te sparen vliegen ganzen en kraanvogels in V vorm. Elke vogel profiteert dan van de opwaartse luchtstroom van zijn voorganger.

Info  Harrie Hegge   h.hegge1@chello.nl
IVN Cranendonck,

Foto Ganzen  in V vorm vlucht