Handwerk blijft, ook bij Natuursteenbedrijf Bex

Hamont – Rond Allerheiligen en Allerzielen worden weer veel bloemen naar begraafplaatsen gebracht. Ze krijgen een plekje naast of op een graf, of bij een urnenplaats. Vaak bestaan de graven uit grafmonumenten die mogelijk van Hamonter makelij zijn. In elk geval herbergt Hamont-Achel al jaren het Natuursteenbedrijf Bex  aan de Nijverheidsstraat. Een bezoek aan de werkplaats leert veel over marmer, graniet, arduin en over het afnemend aantal grafmonumenten dat gemaakt wordt.

Tekst en foto’s Evert Meijs

In een immense hal klinkt constant lawaai van machines, die steen bewerken. Wassen, of schuren, of polijsten, of graveren of wat dan ook. Er staan honderden stukken natuursteen bij elkaar, variërend van een strook van 30 cm x 5 cm tot reusachtige platen van 300 cm x 200 cm. Hier er daar ligt een stapeltje nieuwe kruisen te wachten op een ‘bestelling’. Kleine platen met namen en data voor een urnenbegraafplek liggen onder het stof, een kruis waarvan de foto stuk is gegaan en er ligt een plaat met tekst onder een graveermachine. Thijs Bex, een aardige jongeman, zit aan een bureau in een klein kantoortje. Hij draagt een lange witte schort tot aan de grond. “Natuurlijk wordt het maken van grafzerken steeds minder. Vanwege de crematies, maar ook komen er steeds meer alternatieven”, zo legt Thijs uit. “Op het Boskerkhof bijvoorbeeld is ook een strooiweide. Je kunt ook onder de bomen anoniem begraven worden. Ik ben 36 en mijn generatie gaat bijna nooit meer naar een kerkhof. Alleen nog met Allerheiligen, en dan nemen we opa of oma mee of mama of papa.” 

Steensoorten Rustenburg of Marlin
Thijs spreekt liever niet van grafzerken. “Dat klinkt zo dodelijk. Daarom hebben we het steeds vaker over grafmonumenten of aandenktekens.” Al meer dan vijftig jaar bestaat het bedrijf van Bex; Thijs is de derde generatie. Hij vertelt over begraafplaatsen waar enkel dezelfde soorten stenen zijn toegestaan, zoals in Hamont en in Achel, waar alleen de grijze Rustenburg of de zwarte Marlin gebruikt mag worden. Ook hebben de kruisen afgesproken afmetingen. Maar er zijn ook plekken waar alles nog is toegestaan, zoals volgens hem in Maarheeze. 

Het maken van monumenten is dus geen hoofdtaak meer. “We werken nu vooral voor bouw en interieur:  vensterbanken, douches, keukenbladen, badkamers, salontafels, dorpels en deuromlijstingen. Maar de mensen kennen ons ondanks dat vaak nog van de grafstenen.” Op de vraag of het bedrijf de monumenten ook zelf plaatst, zegt Thijs: “Ja, dat doet ons pap.” 

Handwerk blijft
Dan gaat zijn telefoon en neemt Mathieu het gesprek over. Hij heeft laarzen aan, want diverse machines spuiten water op de natuurstenen platen. Mathieu is eveneens een echte allround vakman. Hij spreekt enthousiast en gedreven over het bedrijf en over het ambacht nu en vroeger. Het enorme lawaai in de hal komt –naar nu blijkt- van een freesmachine, die met veel water een inloopdouchebak aan het uitfrezen is. “Meer en meer gaat met machines, maar handwerk blijft”, aldus Mathieu. Er zijn altijd nog mensen die dat handwerk kunnen betalen, daarom komen de klanten van heinde en verre naar Hamont. Om een natuursteen een levendig uiterlijk te geven, wordt deze vaak met de hand gefrijnd: met een beitel worden er streepjes in de steen gekapt. Mathieu verstaat dat ambacht nog en pakt onmiddellijk een steenhamer en –beitel en showt hoe gefrijnd wordt.

Met behulp van gips
Zo kunnen de letters op de natuurstenen plaat machinaal worden aangebracht. “Maar vroeger werd de steen ingegipst, en op die gips werd met potlood de gewenste tekst geschreven. Dan werden de letters in de steen gekrast met een diamantpen en vervolgens met hamer en beitel uitgekapt”, zo klinkt de eerste steenhouwles van Mathieu Bex. “En een afbeelding van een duif, een vlinder of wat ook, werd ook eerst op het gips getekend, ingekrast en uitgehakt.” Tegenwoordig worden tekeningen gescand en automatisch gefreesd. Foto’s van overledenen worden niet door het bedrijf van Bex verwerkt. Vaak is het porselein waarop de foto wordt aangebracht, zodat het geheel bestand is tegen weer en wind. 

Van 250 naar 30 per jaar
Trots vertelt de steenkapper dat hij bij Paleis Het Loo in Apeldoorn samen met een collega ruim anderhalf jaar alle waterlopen in de tuin handmatig heeft gefrijnd. “Het was wel geen natuursteen, maar gewoon beton, dat op die manier net natuursteen leek”, en hij laat oude beukenhouten hamers zien die vroeger gebruikt werden om op de beitel te kloppen. Een broer van Mathieu –de pa van Thijs- rijdt een klein vrachtwagentje naar binnen, om toch weer een grafmonument op te laden. “Leverden we vroeger 250 grafstenen per jaar, nu misschien nog 30. Wel maken we meer urnenplaten.” 

Tenslotte loopt Mathieu naar een graveermachine, en laat de losse letters zien die daarbij gebruikt worden. In elke la van een kast zit een ander type letters. Er ligt een grafplaat op de graveermachine met de naam van iemand die eerder gestorven is. Wordt er misschien de naam van de overleden partner bij gezet? Wie zal het zeggen.