Illegaal dinertje

Ik heb gemerkt dat ik toch al flink in mezelf begin te praten. Komt allemaal door corona. Ik zie niemand meer, bijna dan. Toen het nog niet zo streng was waren mijn vriend en ik op een etentje uitgenodigd door onze Nederlandse vrienden uit Frankrijk, die hier voor de houwes zijn komen wonen. Terug naar de basis zeg maar; vanwege dat ze al zo oud zijn. Na dat dinertje wilde ik wat terug doen en nodigde ik hen ook bij mij uit. Hier dus, in Hamont. Intussen was het ook hier in België veel lockdowneriger geworden maar ik besloot me daar gewoon niks van aan te trekken. Vier ouwe knakkers die elkaar al jaren kennen bij elkaar, dat moet kunnen. Wijd uiteen eten werd dat. Fijn met uitslaande ellebogen achter je bord zitten. Ik belde ze. Kwamen ze nog? Durfden ze? Ja hoor, graag, Dus ik aan het werk. Met goeie zin. Ik besloot het net zo te doen als in dat eeuwenoude programma op een van de Belgische zenders: ‘Komen Eten’. Daar kijk ik dikwijls naar. Je ziet dan zo iemand in zijn keuken staan zeggend: Ik begin met mijn nagerechtje, dus ik, een beetje lacherig in de keuken, niemand aanwezig, de honden lagen buiten, ‘ik begin met mijn nagerechtje, het is chocomousse, die moet nog een poos opstijven dus die moet als eerste gemaakt. Ik wachtte zogenaamd tot de camera dichtbij kwam en zei: tijdens het koken neem ik altijd een roseetje. Ik keek zo onnozel als ik kon, schonk er een in en proostte naar de camera. Voor het toetje moest ik de slagroom kloppen en de chocola laten smelten. Kloppen doe ik met de handmixer. Daar heb ik eigenlijk geen geduld voor omdat je intussen helemaal niks kunt doen behalve van je glaasje drinken. Want je moet de plastic literbus waarin je de slagroom klopt altijd streng in de gaten houden omdat hij anders tussen je handen door ver over het aanrecht heen schuift. M’n trui zat al onder de witte spetters, het viel niet mee. Toen de slagroom min of meer stijf was, dat vond ik genoeg, en de chocola gesmolten, maakte ik het af en schonk de mousse in de schaaltjes die hier en daar onder de spetters choco kwamen te zitten. Die spetters liet ik op de coupes zitten. Bewijs van echtheid. Zo, die konden verder opstijven in de koelkast. Nu begin ik aan mijn voorgerechtje zei ik tegen de keukenkastjes. Dat was pompoensoep. Die moest daarna geplet met de grommixer. Kijk maar op de website. Ik nam nog een roseetje. Twee gangen al voortreffelijk in elkaar gezet. Nu moest ik eigenlijk de pan van de soep hebben om de aardappels in te koken. Het werd een koolstamppot. De soep moest in een kleinere behuizing. Uit een blik uit Frankrijk kwamen de quisses de canard. Kant en klaar. Alleen op te warmen. Stamppot ook vooraf maken dan kon die ’s avonds ook in de oven. Hoefde ik niks te doen dan de spullen uit de oven te halen. Dan kreeg ik een hoog cijfer voor: gastvrouwheid. Mijn vriend houdt de glazen wel bij. Hij kan goed coronavrij inschenken en ik coronavrij opdrinken. Ik schilde de aardappels. Nu begin ik met mijn hoofdgerechtje, zei ik volgens het scenario. Na iedere twee aardappels nam ik een slokje. Het was best te doen, zo te koken. En ik verheugde me op mijn gasten, onze vrienden. Eén mens te veel volgens de Belgische risicoronawetgeving maar daar heb ik nou eens lekker schijt aan. Bovendien dalen de coronabesmettingscijfers ook flink, dus…. Plus er is een vaccin. Vandaag bekend geworden.  Voor de rest houd ik me perfect aan alle coronagedoe. Kapjes overal, afstand. Geen gekus, geen geknuffel. Het etentje was voortreffelijk. Lekker, gaar en smakelijk. Drank alom. De chocomousse was opgesteven. Ik kreeg twee negens.. Welverdiende. Dat zeggen de kandidaten van Komen Eten er ook altijd bij. Misschien moet ik maar eens een keer meedoen.