Vergrassing

Vroeger bestond de natuur vooral uit woeste gronden en heideterreinen. Naast heide en een aantal heideplanten waren grassen een onderdeel van deze gebieden. Een bekende daarvan is het pijpenstrootje. Pijpenstrootje is een lang gras dat flinke pollen en zoden vormt en profiteert van de stikstofuitstoot waardoor zij, door vergrassing, de plaats inneemt van heide en andere bijzondere planten. Stikstof en fosfaat haalt zij de voor winter uit bladeren en halmen terug om in haar wortels op te slaan, en daardoor geeft zij een eenmaal verworven positie in de vegetatie niet gauw prijs. Natuurbeheerders zijn daar niet altijd blij mee. Toch is zij ook een belangrijke plant voor een groot aantal vlinders waarvan de rupsen het pijpenstrootje als waardplant (voedselplant) benutten waaronder het bont zandoogje en het koevinkje. Ook had het pijpenstrootje vroeger verschillende gebruiksdoelen. De wortels van het pijpenstrootje werden tot ongeveer 1950 toegepast voor het maken van bezems. En de halmen van het pijpenstrootje werden vroeger gebruikt als binnenste van de lange uit witte klei bestaande stelen van de Goudse pijpen waarmee je bij het bakken een lange holte in de steel van pijp verkreeg. Ook kon je daarmee de stelen van de pijp schoon maken. In de late herfst kleurt het pijpenstrootje mooi goudgeel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Info  IVN Cranendonck
Wiel Zentjens 
w.zentjens@chello.nl