Bomen

Groenblijvende en bladverliezende bomen zijn belangrijke zuurstofleveranciers. Dit komt door het proces van fotosynthese, waarbij koolzuurgas (CO2) uit de lucht wordt gebonden en zuurstof (O2) vrij komt. Zonder zuurstof is er geen leven op de aarde mogelijk. Zowel dode als levende bomen zijn een bron van voedsel voor veel dieren. Van het blad en de sappen ervan leven veel rupsen, kevers en bladluizen. Mineerders, die gangen maken in het blad, leven van het bladmoes. De wortels van de bomen worden door allerlei keverlarven aangevreten bijvoorbeeld de larve van de Taxuskever.  Mensen en dieren eten de vruchten van een boom. Een honderd jarige beuk met een bladoppervlak van 1200 tot 1500 vierkante meters kan 1300 kg fijnstof opnemen. Deze fijnstof  spoelt na een regenbui van de bladeren af. De boom kan dan opnieuw die hoeveelheid stof opnemen. Bomen hebben ook invloed op het microklimaat onder de bomen. Als de zon schijnt is het koeler onder een boom door de schaduw ervan. In de nacht houdt de kroon van een boom juist warmte vast.   

Foto De bloeiende sleedoorn die paarse bessen krijgt.  

Bomen  bieden ook beschutting aan mens en dier. Door een bomenrij langs wegen wordt de wind gebroken en is dan als het ware een windscherm. Verdamping, schaduw en het breken van de wind geeft minder temperatuurschommelingen in het bos dan daarbuiten.                                             Omdat bomen als voedsel dienen voor mens en dier, zoals bv. rupsen en kevers, worden ook de vijanden van de dieren aangetrokken. Vogels vinden zowel voedsel als een nestplaats in de boom. Luizen trekken lieveheersbeestjes aan.  Verder absorberen bomen lawaai. Een hoge begroeiing om een woonwijk of kinderspeelplaats vermindert lawaai-overlast voor omwonenden. Door het aantrekken van dieren wordt het geheel voor de mens in de omgeving levendiger. In een woonomgeving worden ze van alle kanten bedreigd in hun voortbestaan. Een groot probleem is het zuurstofgebrek in de grond. Dit  kan veroorzaakt worden door aardgaslekkage, grondverdichting door verkeer, bestrating en asfalt rond de bomen en stagnerend vocht door een slechte afwatering. Andere gevaren voor de boom zijn pekelen, luchtverontreiniging, vandalisme, verdroging en stambeschadiging. In de winter zien wij duidelijk de structuur van stam en takken van een boom.

In Engeland zijn nog eiken die 1000 jaar oud zijn. Bomen hebben ook zintuigen. Ze groeien altijd naar het licht toe. Als ze aangetast worden door plagen bv. van luizen maken ze antistoffen  zodat ze niet meer lekker zijn. Als een giraffe van een Acacia eet gaat deze boom langere stekels vormen en geeft dit ook door aan die soort bomen die in de buurt staan. Wist je dat  een volwassen populier  in het voorjaar 600 liter water  per dag opneemt.

Wees zuinig met onze bomen en kijk er in de toekomst met andere ogen naar.
Info: Toon van Seggelen
a.seggelen@upcmail.nl