En God schiep de mondmaskers

Doordat ik nu steeds mijn gehoorapparaten in heb, ben ik wat meer gaan nadenken over de constructie van het menselijk lichaam en in het bijzonder van het gelaat. Om de haverklap liggen die gehoorapparaten van mij in mijn boodschappenkarretje wanneer ik bij het verlaten van de supermarkt mijn mondkapje afruk en ze mee de lucht in vliegen en tussen de spruitjes een goed heenkomen vinden. Dan denk ik na over de functie van de oren. Ze zitten er, lijkt het wel, los aan vast, de oren bedoel ik aan weerskanten van het gezicht. Hoe de menselijke kop gemaakt is, dat gaat nog wel, de ogen neus en mond liggen bij de meeste mensen op gepaste afstand van elkaar, in het gelaat ingebouwd, maar het lijkt wel of de oren daar op het laatst haastig tegenaan zijn geplakt. Oh God, ik vergeet iets, moet God gezegd hebben toen hij de mens schiep: ze moeten verdorie ook kunnen horen, ze moeten luisteren. Ze kunnen zien, ruiken, en eten, maar … Minstens aan allebei de kanten van het gezicht moet iets komen waarmee ze kunnen horen.’ ‘Er is daar helemaal geen plaats meer voor, Edelachtbaar Opperwezen, u hebt de hele boel al volgebouwd,’ mompelde onderdanig Petrus die daar toevallig aanwezig was en allebei de Testamenten, het oude en het nieuwe, hiermee door elkaar haalde. ‘Dan moeten ze maar aan de buitenkant,’ moet God toen knorrig geantwoord hebben. ‘Daar is plaats zat. Knutsel jij eens een leuk modelletje in elkaar, dan schep ik ze er wel tegenaan.’ En zachtjes daarachteraan mompelend: ‘kunnen ze later hun mondkapjes ook nog aan vastmaken, altijd handig.’ En zo geschiedde het. De mens ziet er eigenlijk mooi uit, behalve die rare uitsteeksels aan beide kanten van het hoofd. Bekijk ze eens goed. Echt aandachtig. Kijk naar je man, je vrouw, je moeder of je kind en zie dan die rare schelpen aan weerskanten van het hoofd. Bij dieren is dat heel anders, daar maken de oren echt deel uit van het hoofd. Bij sommige zie je ze niet eens zitten. Maar bij de mens wel. Daar is het absoluut niet  één geheel. Echt een constructiefout. Hij (God of zo) had beter in het midden onder de kin een uitsteekseltje kunnen maken van een centimeter of drie met twee of meer microfoontjes die in alle richtingen hoorden. Daaraan kan ook en beter zelfs, met een lusje een mondmaskertje geschoven worden dat zich omhoog om mond en neus klemt. Daar heeft hij niet goed over nagedacht. Maar goed, we zullen er niks van zeggen. Wij mensen doen het niet veel beter. Kijk maar wat een zooitje wij van de wereld gemaakt hebben. Om de zoveel jaar duikt er ergens een dodelijk virus op. En dat zal wel zo blijven. Maar goed, ik zit hier niet om allerlei nare dingen te gaan zeggen die iedereen al weet. Iets vrolijks dan maar: komend weekend wordt het mooi weer en haast  wel zeventien graden en thuis hoeven we de mondkapjes niet op en praten we gewoon met huisgenoten en we kunnen buiten lopen en fietsen en rennen of gewoon buiten komen. De vogels maken er een waar feest van dit weekend, die vieren gewoon hun eigen carnaval, dat zul je zien en binnenkort gaan de winkels weer open en de theaters en de café’s… wedden? Ik voel zoiets altijd aankomen. En uiteindelijk komt alles weer goed en zijn we weer aardig tegen elkaar want tenslotte zit bij het overgrote deel van de mensen toch het hart op de goede plaats. Dat heeft God dan weer wél fatsoenlijk gemaakt.  

Reageren? Graag! Dat kan via Guus.van.Winkel@pandora.be