Zucht

Nog steeds mag ik niet naar Frankrijk. Maar ik klaag niet, ik zucht. Maar stel je nou voor dat er een calamiteit gebeurde in het huis daar. Dan moét ik er wel naar toe om orde op zaken te stellen. Mijn Franse buurvrouwtjes van een berg hoger hebben nog niks gemeld en ze letten scherp op, geloof dat maar. Maar ik mis het zo. Alleen al de reis, daar begint het mee. Vriend in de auto naast me met een stapel boterhammen en de koffie. Op de achterbank de kleren en voedsel voor de eerste dagen want alles is natuurlijk nog dicht. Flessen droge rosé. Een stofzuiger, want de ouwe is kapot. Handige prullen van de Action die daar onontbeerlijk zijn. En daar weer achter de twee honden. Zij hebben daar een luxueus onderkomen, soms doen ze zelfs een kaartspelletje, je hoort ze nooit. Mooi weer en wij hebben gezellige kout en als we Luxemburg door zijn begint het op te schieten. Als ik vroeger voorbij Metz Lyon 429 km zag staan werd ik wanhopig. Nou niet meer. Na Lyon is het nog 200 km, geef ik niks om. We rijden dan opzij van de Rhône, zo mooi, en die bergen, zo niét hier-achtig. Met die zon erop. En dan eindelijk van de autoroute af, het binnenland in. Alle bekende stukken, huizen, bergen. Zo heerlijk als dat is. En als we dan eindelijk het kleine dorpje door zijn en bij ons huis het zandpad indraaien en over de kiezels knarsen, beginnen de honden zich te roeren. Opeens staat er een met het kopje boven de achterraam, dat zie ik in het spiegeltje. Dan nog maar 200 meter. Stoppen op het erf in het hoge gras, hup, meteen de klep open en de honden weten van blijdschap niet waar ze moeten rennen; we laten ze, er is toch niemand. We moeten nog alles uit de auto naar binnen, naar boven sjouwen. Vijf keer de trap op en neer en dan binnen komen, hoe dat ruikt…. Zo Frankrijk. En koud als het binnen is. Snel de verwarminkjes aan in badkamer en slaapkamer. In de grote kamer stoken we de houtkachel. Binnen een uur is het handwarm maar binnen twee dagen is het pas écht warm. Dan zijn de dikke halve meter muren pas echt opgewarmd. Als we alles in de keuken en in de kasten en slaapkamer gestopt en opgeruimd hebben, dan mogen we eindelijk een roseetje. Een verrukkelijk droog roseetje op het balkon in de laatste zon. O, dat is zo heerlijk. We kijken uit op een wijngaard en een dal en de bomen daar. En de honden komen naar boven, ze willen hun brokken. We appen het thuisfront dat we er zijn en hoe mooi het weer is. Mijn vriend kookt onze bijna klare maaltijd en ik hoef niks te doen want ik heb gereden, en dat is ook een negen-urige werkdag geweest. Ik neem dan voor de zekerheid nog een roseetje, we hoeven niks meer als hout op de kachel gooien. De tv zetten we niet eens aan. Als blokken vallen we in slaap na zo’n dag reizen. De volgende morgen is het nog heerlijker. De zon schijnt en we zien hoe alles lente-achtig eruit ziet, de bomen, de vogels fluiten als gekken. We wandelen met de honden en daarna gaan we naar het dorp, boodschappen doen en zo mogelijk op een terrasje zitten mocht dat inmiddels al kunnen. Ha, die blijdschap van de cafébaas als hij ons ziet. Daar komt mijn omzet weer, denkt hij. Maar hij is ook oprecht verheugd ons weer te zien, ieder jaar. Ach, was het maar vast zo ver, viel er dan toch eindelijk maar weer eens een boom op het dak. 

Reageren? Graag! Dat kan via [email protected]