Borreluurtje met de honden

Echt, zo langzamerhand, na een jaar trouwens begin ik toch genoeg te krijgen van die lockdown. Ik word somber en triest en lig zelfs overdag op de bank en kijk rampzalige films wat ik vroeger nooit deed. Dat overdag bedoel ik. Mijn eens zo kwieke gemoed begint deuken te vertonen; ook maak ik me zorgen over veel meer dingen. Nu was net nog het ijzeren pinnetje uit een van de beentjes van mijn bril gevallen. Van die die ik in de slaapkamer heb. Ik heb vele leesbrillen, allemaal van de Hema, Kruidvat, good old Van Cranenbroek, Action, ja zelfs een mooie met de bloesemboom van Van Gogh uit een museum. Toen we nog naar een museum konden. Die koester ik. Maar uiteindelijk gaan ze allemaal kapot zoals wij allemaal doodgaan; de mensen zijn als leesbrilletjes van de Hema, ze gaan stuk. Zie je nou wat ik bedoel; zoiets zou ik vroeger nooit gedacht hebben. Enfin, ik ga met mijn hand over het dekbed om te voelen of ik het pinnetje dat erin moet kon voelen. Ik vond het. Toen moest ik opstaan om een andere bril te zoeken om te kijken waar het pinnetje in moest. Ik nam bril, los beentje en pinnetje mee naar mijn tafel waar ik het meest licht heb en repareerde met vaste nog ongealcoholiseerde hand de bril. Deed het pinnetje dat alles bij elkaar hield erin en schroefde het verder stevig dicht met de punt van een aardappelmesje. Vakwerk! Daarna kleedde ik me aan, at mijn dagelijkse cracker en liet de honden uit. Daar knap ik toch altijd van op, die honden met die vrolijke staarten en ik met een vriendin ook met haar hond luchtig scheldend op de regen en de wind maar toch brachten de drie vrolijke honden ons in een beter humeur. Honden zijn nooit somber, weten van geen lockdown. Als wij een staart hadden om te kwispelen dan zou het ons misschien ook wel beter gaan. Daarna deed ik aansluitend nog enkele boodschappen bij de supermarkt, met de honden nog in de achterbak. Die weten dat al. Ah, de Plus, zeggen ze tegen elkaar, en gaan weer liggen. Bij de Plus liggen de dingen die ik onontbeerlijk acht voor een goed borreluur. Ze liggen achter de eieren. Het zijn de zakken met knabbelspek. Daaraan ben ik verslaafd. Het is overal slecht voor, voor de algehele gezondheid, je bloeddruk en je tanden, het is niet ‘vegan’  en in combinatie met de rosé die ik erbij drink is het een wonder dat ik nog niet de pijp uit ben. Zeg maar in brillentaal dat mijn schroefje er nog in zit. Maar mijn glaasjes zijn behoorlijk vettig. De middag verloopt zoals alle middagen somber. Meer dan alle bedrukte gezichten van de mensen achter hun mondkapjes, zie ik die dag niet en dat blijft zo tot aan het weekend, dan komt mijn vriend. Die is inmiddels tweemaal gepfizerd dus hem maken ze niks meer. Maar hij houdt zich keurig aan de 48-uurs regeling. We weten niet eens meer of dat nog bestaat maar hij denkt van wel. Tot aan het weekend wanneer hij er is, begin ik op de wekelijkse dagen mijn borreluurtje samen met de honden. Wanneer ik mij in mijn vaste stoel nestel, komen ze er gezellig bij liggen en wachten op de ‘knarsjes’. Zo noemen ze die spekjes. Af en toe neem ik een knarsje, drink een slokje en kijk naar mijn favoriete programma op tv, Masterchef Australië, een kookprogramma. En werp hun om de beurt een spekje toe. Daar zijn ze gek op. En dan knarsen ze net als mensen die chips eten; dat is zo leuk. Behalve de rosé zelf is dit het enige fijne van een dag. Het programma op tv, en de knarsende honden. Ik kan er weer een dagje tegen. 


Reageren? Graag! Dat kan via [email protected]