Dotterbloem

Nog heel even en je kan die goudgele dotterbloem weer in bloei zien staan!

Dotterbloemen geven de oevers een gouden randje in het vroege voorjaar en soms nog een keertje in de nazomer.  De grote gele bloei worden tegenwoordig zeer gewaardeerd, nu de planten zeldzamer worden.  De favoriete plaats van deze bloem is langs randen van sloten, een vijver, een beekje of in een vochtig weiland.  Maar ook andere gebieden met veel water of zompige plaatsen. Op deze plaatsen komt de bloem zowel in de volle zon als in de halfschaduw voor. Een beetje zon is dus wel nodig voor deze plant, maar in de rest van Nederland is de dotterbloem zeldzaam tot zeer zeldzaam. In het cultuurlandschap groeide de plant vroeger overvloedig in drassige hooilanden, ook op kwelplekken in weilanden.

Tegenwoordig is de plant grotendeels teruggedrongen tot slootkanten en in veel gebieden schaars geworden. Wel is de plant nog plaatselijk talrijk in spoorsloten ijzerhoudend water en langs kanalen. De Dotterbloem is giftig en is een plant uit de ranonkelfamilie. De plant ontleent zijn naam aan het Duitse dotter en het verwante Middelnederlandse doder (dodre) wat dooier betekent, daarmee verwijzend naar zijn gele kleur. De bloeiperiode loopt van medio maart tot en met april en soms ook nog van augustus tot september.

Het overvloedige stuifmeel van de Dotterbloem zorgt in het voorjaar langs waterkanten voor een zeer talrijk insectenbezoek. 

Foto en tekst Jan de Bruijn.