Omelet Pfizer

Ik ben net mijn vader. Hij lustte hem nogal graag als u begrijpt wat ik bedoel. Mijn moeder was daar op tegen want hij was ziek, en alcohol was natuurlijk niet goed voor hem. Dus goot mijn vader zijn whiskytjes in zo’n rood plastic maatbekertje dat vroeger in de doos van het waspoeder zat. En zette dat gewoon ergens neer in de hoop dat mijn moeder niks in de gaten had. Mijn moeder, niet zo controlerend aangelegd, lette daar niet op, of althans zo leek het. Wanneer ik dan thuis op bezoek kwam bij ons pap en mam en ik zag dat rooie bekertje onschuldig tussen een hoop andere dingen op de schoorsteenmantel staan dan lachte ik naar ons pap, gaf hem een knipoog en zei: ‘ik lust wel wat te drinken’. Verder dan bier en wijn heb ik het nooit gebracht en mijn vader schonk dan vrolijk voor ons allebei wat in. Legaal. Het rode bekertje stond dan reserve. Voor als ik weer weg was. En nu betrap ik mezelf erop, terwijl ik alleen woon, dat ik ook de neiging heb, mijn glaasje wijn voor het oog van de buitenwereld te verstoppen. Ik drink soms mijn rosé uit een glas waar chocopasta in heeft gezeten en daarna -uitgewassen uiteraard  en leuk voor kleinkinderen- voor limonade wordt gebruikt. 

Onlangs ben ik twee weken in Frankrijk geweest, ik kon dat niet langer uitstellen, want ik was er al meer dan driekwart jaar niet meer geweest en er moesten dingen geregeld worden. Net in die tijd kreeg ik mijn oproepbrief, door mijn dochter uit de brievenbus gehaald. Enfin, geen man overboord, ik kon het verzetten. Niks aan de hand. 

En vorige week ben ik dus gevaccineerd, met Pfizer, hier in België. Ik moest daarvoor naar Peer. Mistige ochtend en ik was blij toen ik weer terug was. Mooi, die eerste prik zat erin. Een beloning voor mijn dapperheid vond ik, had ik wel verdiend. Ik ging een mooie omelet bakken. Met veel kaas, eerst gebakken, daarna het ei, kruiden, basilicum en bieslook en een enkel salieblaadje eroverheen. Het leek me echt een ei-ontwerp dat Pfizer zou kunnen heten. Ook leek het me verstandig om wat flinke slokken rosé door de adertjes te jagen om zo het vaccin zo snel mogelijk alle hoeken van de kamer te laten zien om het zo maar eens te zeggen. Ik dronk het uit het kleine vrolijke limonadeglaasje waar eerst de chocopasta in had gezeten. Ik ben net ons pap, dacht ik toen ik me realiseerde waaruit ik dronk. Een schutglaasje. En ik werd weemoedig en vrolijk toen ik weer aan mijn vader dacht. 

Als ik niet naar Frankrijk was geweest, en mijn prik daardoor niet was uitgesteld, had ik in die week, hoorde ik achteraf AstraZeneca ingespoten gekregen en daarna uit blijdschap dat het achter de rug was, ook iets kunnen bakken, wellicht een Tosti AstraZeneca van het haasje. En stel dat ik wat jonger was geweest en dus wat later aan de beurt kwam, zou ik misschien in de keuken aan het prutsen zijn geweest met een lauwwarme Salade Janssen.

Reageren? Graag! Dat kan via [email protected]