Brem

De brem (Cytisus scoparius) is een breed uitgroeiende struik van 1 tot 2 meter hoog en behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Papilionaceae) en wordt ook wel bezembrem genoemd naar de vorm van de twijgen die dicht bij elkaar staan. Hij bloeit in mei- juni met helder gele vlindervormige bloemen en waarvan de stijl spiraalvormig is ingerold. Verder heeft hij opvallend groene kantige twijgen en kleine drietallige bladeren van 1 -2 cm. De vruchten hangen als peultjes aan de struik. Hij groeit op licht beschaduwde plaatsen op kalkarme zandgronden en duinen en op heidevelden. Als een hommel landt op de kiel van de bloem springt de bloem open en ziet men de stuifmeeldraden naar buiten schieten. Ook kent men nog de kruipbrem die laag over de grond blijft groeien en de stekelbrem die 60 cm hoog wordt met hele fijne blaadjes en venijnige stekels. Deze ziet men vaak tussen de heide groeien en bloeit soms tot augustus. De verfbrem (Genista) wordt 1 meter hoog en heeft de bloemen in trossen en bloeit van juni tot september. Van de toppen van de bloemstengels maakt men gele verfstof. Mengt men deze verfstof met de blauwe kleur van de wede (een plant) verkrijgt men een groene verfstof. De pijlbrem heeft ook zijn bloemen in trossen en groeit in de bergstreken van Midden en Zuid Europa en op enkele plaatsen in Vlaams België. De behaarde Duitse brem met dichte trosjes van goudgele bloemen groeit bij Apeldoorn, Mook en Groesbeek en is zeer zeldzaam. Ook worden in de sierteelt veel bremsoorten gekweekt in allerlei kleuren en vormen door middel van stekken zoals de bekendste rode brem Cytisus praecox Hollandia en de paraplubrem (Lydia) met zijn omgebogen twijgen. Een brem op stam wordt geënt op een onderstam van de Gouden Regen die ook tot de vlinderbloemenfamilie hoort. Probeer maar eens een dichte bloem van de brem open te laten springen zoals een hommel dat doet bij de landing. 

Info: Toon van Seggelen

[email protected]