Katholiek

Ik ben hoegenaamd niet meer katholiek. Ik heb vroeger weliswaar een katholieke opvoeding gehad, maar dat was dan boter aan de galg gesmeerd. Hier in het zuiden, in deze streek zijn we bijna allemaal katholiek. Mijn vriend ook en een broer van mijn vriend overleed pasgeleden.  Ik ging met hem en verdere familie mee naar de begrafenismis. Dat kon ik nog goed opbrengen hoewel ik inmiddels een vreselijke hekel heb aan de Kerk en aanverwante artikelen. Gelukkig was de rouwmis in Thorn, in een van de mooiste kerken van het land, en dat maakt veel goed. Prachtig binnen en het orgel klonk magnifiek, altijd een troost. Ik voorzag grote droefenis, niet alleen omdat het een rouwmis was maar ook een mis met alles erop en eraan. Inclusief koorgezang, voorlezen van alle bijbelteksten door diverse rouwende familieleden en het zalvende weeklagende gezang en bidden van de priester van dienst. En mijn arme vriend zat naast mij te beven van de zenuwen want die was aan de beurt om als bijna enig overgebleven broer na de communie een ‘woordje te doen’. Kortom: leuk was anders. Inmiddels ben ik er ook achter gekomen dat ik technisch niet meer zonder ongemak een mis kan uitzitten; Die kerkbanken deden erg pijn in mijn rug als je zat, het kussentje voor de knieën dat je tevoorschijn mocht halen als je moest knielen, was zo mogelijk nog harder dan het houten bankje en bovendien kwam het al te laat want wanneer het eenmaal lag en je zuchtend en krakend was opgestaan, was de oefening op het altaar waarvoor je moest knielen alweer voorbij. Dan blaatte de geestelijke weer verder en mocht je weer zitten met een eikenhouten uitstekende rand in de rug. Wegens corona was er maar om de rij een strook plaatsen in de bank bezet. De mensen naast ons hielden hun mondkapjes op. Heeft God dat ooit zo bedoeld? Al zo lang was ik niet meer in een kerk geweest maar in gedachten kon ik alle gezangen en teksten nog volledig meezingen. Erin gehamerd door zes jaar bij de nonnen. Het venijnige ‘Kyrie’! het zoetsappige Sanctus, waardoor je dus wist dat die consecratie nog moest komen en er geen eind aan de mis leek te komen en het brave agnus deeheeji, het klonk allemaal zo vertrouwd. Ook toen de pastoor het altaar  op een gegeven moment alle hoeken van de kamer liet zien met zijn wierookvat. Het stonk enorm, daar op de voorste rijen waar wij zaten maar ik kreeg bijna heimwee. Dat dat nog bestond! Het gedoe met de monstrans, de belletjes, de koorgezangen, Jezus Christus, had jij dat niet kunnen voorzien vroeger, 2000 jaar geleden, dat het op zo’n kermis uit kon lopen? Toen je gewoon wat stond te preken? Als een eerlijke profeet, maar als een man uit het volk, dat er met je apostelen een absurde leer kon ontstaan die resulteerde in de toekomstige heisa van de Katholieke kerk. ‘God toch, ‘ dacht ik daar in die kerk, ‘kon je nou niks beters bedenken dan dat er 2000, of zo jaren later een man, gekleed in zotte perzik- en pruimkleurige outfit, vanonder een plastic scherm uit jouw naam een aantal mensen een papieren fabrieksmatig gekweekt eetbaar rondje in de hand drukt?’  Onwerkelijk.

Enfin, inmiddels was de communie achter de rug en mijn vriend was aan de beurt. Omdat diverse sprekers voor hem, hem qua inhoud het gras al voor de voeten hadden weggemaaid, besloot hij, ondanks zijn tekst op papier, te improviseren. Hij stapte bedachtzaam na een bemoedigende kneep in z’n kont van mij, naar boven en na een paar worstelende zinnen zag ik het moment waarop hij de tekst de tekst liet en over zijn broer vertelde. Nou gaat ie los, dacht ik tevreden, en daar ging ie; de mensen lachten en dit was voor mij het beste van een zware kerkgang.

Reageren? Graag!  Dat kan via mail
[email protected]