Cranendonck in Beeld

Dambordvlieg

REGIO – Vleesvliegen zijn grote vliegen, waarvan de larven hoofdzakelijk in rottend materiaal, bij voorkeur vlees, leven.  In Nederland en België komen ongeveer 80 soorten vleesvliegen voor. De grauwe vleesvlieg wordt ook wel grijze vleesvlieg of dambordvlieg genoemd (zie foto) wegens het enigszins dambordachtige uiterlijk van het abdomen (blokjes verschillend gerichte haren). Zij hebben opvallende ronde en roodgekleurde ogen. De wetenschappelijke naam is Sarcophaga carnaria. De vlieg is vaak op bloemen te vinden om met de stempelvormige zuigsnuit nectar en stuifmeel op te nemen.  Dambordvliegen eten ook helemaal geen aas en ontwikkelen zich waarschijnlijk uitsluitend op regenwormen. Het vrouwtje legt haar eieren bij de ingang van de kruipgangen van regenwormen. De uitgekomen larven gaan dan op zoek naar de worm en dringen in diens lichaam naar binnen. Ze doden de regenworm en zijn binnen enkele dagen al volgroeid.

Anders dan men vroeger dacht zijn de larven van vleesvliegen geen aaseters, maar carnivoor of parasitair. Hun maden leven in dierenlijken of vleeswonden, in dit vlees zet ze ook haar eitjes af. Maar verrassend genoeg eten ze daar geen vlees, maar jagen ze op de larven van andere insecten, die dat vlees wel eten. Ze kunnen de geur van rottend vlees op een afstand van 5 km ruiken en zien de wereld niet alleen met hun ogen maar ook met hun pootjes. Op deze pootjes zitten piepkleine haartjes en dat zijn hun zintuigen en hier ruikt, proeft en ziet de vlieg mee. Het is dus eigenlijk een soort vingertopje neus, tong en ogen in één. In deze zomerperiode zijn er overal dode jonge vogels en ook muizen die uit het nest zijn gevallen en daarvan haalt 70% de herfst niet eens. Zonder deze vliegenlarven zou het buiten overal stinken naar dode dieren. De vliegen zelf zijn voedsel voor vogels, vleermuizen, libelle, zweefvliegen, wespen, kikkers, padden, vleesetende planten, vissen, waterkevers enz. Ondanks dat vliegen voor de mens ontzettend vervelend zijn hebben ze een nuttige functie als afvalopruimer van de natuur. 

Foto en tekst Jan de Bruijn.