IVN Cranendonck – Beleef de natuur!

Lathyrusbij

De Lathyrusbij is nauw verwant aan de behangersbijen ook wel bladsnijders genoemd omdat je die kunt aantreffen met stukjes blad onder hun buik dat ze in hun nestgangen gebruiken om nestjes te maken. De Lathyrusbij doet dat niet met bladstukjes maar met mortel (zand met leem). Haar naam is vernoemd naar de bloemen die ze graag bezoekt namelijk siererwten zoals brede lathyrus en pronkerwt. Dit zijn vlinderbloemigen waar een grotere bij als de Lathyrusbij makkelijk kan binnendringen. Ook andere vlinderbloemigen worden wel eens bezocht.  Bij het bezoek van de lathyrusbloem duikt ze eerst met haar tong diep in de bloem om nectar te drinken en zie je het achterlijf omhoog staan. Als het achterlijf vervolgens op de bloem drukt wordt er stuifmeel  naar buiten geveegd op het lijf van de bij. De Lathyrusbij is, net als vele bijen die in stengels en boorgangen van bijenhotels nestelen, een buikverzamelaar. Dat betekent dat zij het stuifmeel met hun poten naar hun onderbuik transporteren en daar bewaren. Je ziet op de foto hoe bepoederd de onderbuik is met stuifmeel. Dat stuifmeel is bedoeld voor de larven van de bij. Wat mooi is om te zien bij een bijenhotel, is dat de bij eerst voorwaarts naar binnen gaat om nectar op te braken, dan naar buiten gaat, zich omdraait, en vervolgens achterwaarts naar binnen gaat om het stuifmeel met haar poten in het nest te deponeren. Op de brei van nectar en stuifmeel wordt het ei gelegd waar binnen enkele dagen de larve uitkomt die aan het voedzame feestmaal kan beginnen en snel groeit en daarna verpopt. De pop of volwassen insect in ruste ligt dan klaar om te overwinteren en volgend jaar uit te vliegen.

Info: Wiel Zentjens

w.zentjens@chello.nl

OLYMPUS DIGITAL CAMERA