Stadsreus

De Stadsreus (Volucella zonaria), ook wel hoornaar zweefvlieg genoemd, is een insect uit de familie zweefvliegen.

Hij wordt groter dan de meeste andere soorten zweefvliegen en kan een lengte van 2,5 centimeter bereiken en is de grootste zweefvlieg van Nederland. Vroeger een zeldzaamheid, maar de laatste 30 jaar steeds gewoner geworden en opvallend veel in stedelijk gebied, vandaar de Nederlandse naam. Door het warmer worden van de zomers en met zuidoostelijke winden wordt hij steeds vaker gezien en kun je mogelijk nu een stadsreus in je tuin waarnemen. Door zijn grootte en roodachtig geel met zwarte kleurenpatroon lijkt hij behoorlijk veel op een met angel voorziene hoornaar, een soort wesp. Aan de korte voelsprieten op de kop is echter al snel te zien dat het geen wesp is, maar een vlieg en hij kan niet steken. Bovendien hebben wespen vier vleugels en vliegen maar twee. Hij leeft zoals alle zweefvliegen van nectar en stuifmeel en kan niet steken en is geregeld te vinden op de bloemen van berenklauw, koninginnenkruid en vlinderstruik. Deze voordeel biedende gelijkenis met een andere soort wordt mimicry genoemd. Mimicry (nabootsing of camouflage) is het verschijnsel dat een soort lijkt op een andere, niet verwante soort en daar voordeel van heeft. Het is één van de vele gevallen van misleiding in de natuur. Dat de stadsreus zoveel op een wesp lijkt, is niet voor niets. Het vrouwtje legt haar eitjes in een wespennest en daardoor is ze in feite een schaap in wolfs kleren. Wanneer ze een wespennest heeft gevonden, blijft ze enkele minuten op afstand ervan zitten. Ze poetst haar vleugels en achterlijf met haar poten, mogelijk om geuren kwijt te raken die de wespen zouden alarmeren. Dan betreedt zij lopend het nest en gaat rustig haar eitjes leggen. 

Ze kan ongestoord haar gang gaan, zelfs als ze in contact komt met de wespen wordt ze niet aangevallen. Hoe deze zweefvlieg in staat is om zonder herkend en gedood te worden het wespennest binnen te dringen om eitjes te leggen is niet bekend. Misschien verspreidt zij een geur die de agressie van de wespen onderdrukt. Enkele dagen nadat het vrouwtje het wespennest weer verlaten heeft, komen de eitjes uit. De larven leven onder in het nest en lopen geen gevaar omdat de wespen ook hen met rust laten. Ze voeden zich voornamelijk met afval en dode wespenlarven en richten er dus geen schade aan. In de herfst verlaten alle wespen het nest maar de stadsreuslarven blijven achter om in het lege nest te overwinteren. In de volgende zomer verpoppen ze, waarna een nieuwe generatie stadsreuzen verschijnt. Nu dus. 

Foto en tekst Jan de Bruijn.