Peltenaar Medard Claes weer terug van Santiago de Compostela

PELT – Stond enkele weken geleden in deze krant een vooruitblik op de fietstocht van Peltenaar Medard Claes van Pelt naar Santiago de Compostela in Spanje, deze week volgt een terugblik op de monsterprestatie van de koerser.

Tekst en beeld Evert Meijs

Enkele hondjes zeggen goedendag als bij Medard de poort openzwaait. Uit een lommerrijke tuin verschijnt de Peltenaar, met zijn eeuwige lach en zijn pretoogjes. Eerst verwondert hij zich over de V-snaar die de fietsketting van het stalen ros van uw verslaggever vervangt. Vervolgens schenkt hij binnen een flink glas frisdrank in. Hij serveert er vakkundig een rond puddingbroodje bij en vertelt ondertussen dat zijn fietstocht drie of vier dagen langer heeft geduurd dan gepland. “Ik heb een stuk van de wandelroute Camino erbij gepakt, hè. Want ik trof in Lourdes een oude bekende uit Mechelen die met de trein naar Lourdes was gekomen en van daaruit naar Santiago de Compostela wilde fietsen. Samen hebben we de laatste 1200 kilometers gefietst, vaak over de pelgrimsroute.” 

Twintigste keer
De 2460 kilometers die Claes heeft afgelegd zijn volgens hem 100% meegevallen. “Ik had nie juust geprogrammeerd, dus het kwam in tijd niet zo nauw”, zegt hij lachend en schenkt nog wat in. De 180 km. per dag heeft hij niet gehaald, maar vindt de tour ook geen prestatietocht.  “Het midden van Frankrijk vond ik het zwaarste stuk. Maar ja, als je het traject voor de twintigste keer fietst, weet je wat je te wachten staat.” Wat onderweg wel opvalt is het feit dat er geen gewone fietsen te zien zijn. “Met een gewone fiets is het ook niet te doen”, zegt de gastheer, die nog een eigengemaakt taartje brengt, er een schep ijs bij doet en er naar zijn zeggen speciale light-slagroom op spuit.

Tandblad 32
Op de vraag of hij nog iets dramatisch heeft meegemaakt, zegt hij: “In Frankrijk had ik pech tijdens een afdaling van 20 km en de wind mee. Ik dacht: nou laat ik me ’n keer gaan. Tóch moest ik trappen om naar beneden te komen en dacht: wat is dat nou toch! Is dit een vals plat!?” Dan blijkt dat één van de drie snelbinders is losgeschoten en dat de haak tussen de tandbladen van het achterwiel is gekomen. “De pignon (tandbladen) was daardoor natuurlijk scheef maar kreeg ik toch te goei recht. Ik kreeg de schroef er niet meer op en heb er met de hamer wat op geklopt en kon het buitenste tandblad, mijn 32,  niet meer gebruiken. Die was gesneuveld voor het vaderland.” Medard lacht er nu om en blijkt de tocht toch helemaal af te kunnen maken. Dan komt er een technische uitleg over tandwielen vóór en achter, nodig om verantwoord een grote afstand te kunnen afleggen. De conclusie is dat er constant vóór en achter wordt geschakeld. “Dat is automatiek, daar denk je niet meer bij na, dat voel je aan je benen.” 

Sletsers
Eenmaal over de Pyreneeën passeert de Peltenaar heel veel wandelende studenten die ook Santiago als einddoel hebben. Hij zoekt een verklaring voor de vele kapotte voeten die de jongelui hebben. Ligt het aan de schoenen? Of aan de sokken? Hij weet het niet maar is verbaasd dat al die voeten ‘open liggen’. Hij vraagt zich af waarom ze bijvoorbeeld geen sletsers (Neerpelts voor slippers) bij zich hebben. “Ik heb daar geen problemen mee, zelfs niet als ik over rotsblokken moet lopen”, en hij toont de teenslippers die hij nu ook draagt. Volgens Medard zet de politie bedevaartgangers op het vliegtuig terug naar huis, als ze voor de derde keer de hulpdiensten nodig hebben vanwege kapotte voeten. “Zij hebben natuurlijk de ervaring in die streken; anders kost het allemaal te veel, hè.”

De overnachtingen verlopen naar wens. “Als er in een dorpje geen hotelletje is, informeer ik bij de dorpelingen waar ik wél kan slapen. Vaak is dat een dorp verderop, en ik vraag dan of ze voor me willen bellen. Soms moet ik dan nog veertig kilometer verder fietsen, maar dat vind ik niet erg.” In Zuid-Frankrijk  stroomt op een avond het water woest door het dorpje, maar de ochtend erna is alle water weer weggetrokken. “Het was die ochtend maar vier graden en erg mistig”, zo legt hij uit. Over de kosten is hij zeer content. Een hotelletje kost hooguit € 40 , een speciale refugio (slaapplaats voor bedevaartgangers)  € 7 en vaak ook helemaal niks.

Kathedraal
Als de gastheer het diploma laat zien dat je kunt krijgen bij aankomst in Santiago de Compostela, vertelt hij over de noodzaak om dagelijks schone kleren aan te doen, om schuren op de huid te voorkómen. Bij aankomst op de eindbestemming verbaast hij er zich opnieuw over, dat de kathedraal steeds weer plotseling uit het niets tevoorschijn komt. “De kerk van Lourdes zie je al van verre staan, maar bij Santiago denk je soms dat je verkeerd bent gereden. En dan in één keer staat de kathedraal voor je.” In de bedevaartplaats regelt Medard op 4 juli de terugtocht. “Ik ben enkele dagen later met het vliegtuig vanaf Santiago naar Zaventem gevlogen voor vijftig euro. Binnen 6,5 uur was ik in Brussel. Mijn fiets kon ook voor vijftig euro mee. En vanaf Zaventem natuurlijk met de fiets terug naar Pelt.”