Ai, weer de gehoorapparaten

Eigenlijk had ik besloten om nooit meer over mijn gehoorapparaten te schrijven, want het is ook heel pijnlijk, maar ja, wat er nu weer gebeurde; dat kan ik u toch niet onthouden. Twee weken geleden zat ik op een middag in een café in Weert te bridgen, min of meer een vast clubje mensen dat met 8 personen om een klein tariefje speelt. Het zijn dus ook spelers van ongeveer dezelfde sterkte. Ik ga regelmatig, niet iedere week, eigenlijk meer als ze iemand nodig hebben. Voor de leek: we zitten met vier man aan een tafel. Terwijl we wachtten tot de andere tafel uitgespeeld was, haalde de man die rechts van mij zat opeens zijn gehoorapparaat uit zijn oor en legde het op tafel. Het zag er duur uit; het gedeelte dat achter zijn oor moest was van zilver of zo. ‘Ja,’ zegt ie, ‘hier heb ik heel wat duizendjes voor betaald en ik hoor er echt niet beter mee.’ We spraken daar even over, deden tssss en zo en intussen had de man die tegenover mij zat en die ik ook al langer dan 30 jaar ken, ook zijn apparaat uit zijn oor gehaald en dat ook op tafel gelegd. ‘Ik hoor hier eigenlijk best goed mee,’ zei hij, ‘en om de vijf jaar krijg ik nieuwe, ik ben verzekerd en betaal haast niks bij.’ Wij allemaal vol ontzag naar zijn nederige apparaatje kijken. ‘Ja, weet je wat IK doe, zei toen de man links van mij, nog vrij jong en haalde opeens ook een oorapparaatje tevoorschijn dat er afwijkend uitzag, ‘ik maak het regelmatig schoon, dat moet jij ook doen, zei hij tegen de eerste man, ‘dan hoor je veel beter. Kijk,’ vervolgde hij, ‘ zo doe je dat.’ En hij begon met technische handelingen aan het ding te prutsen. Ik vond de situatie zo komisch dat ik zonder iets te zeggen ook een van mijn twee apparaatjes van Beter Horen uit mijn oor haalde en ook voor me op tafel legde. Iedereen begon te lachen. Kijk ons hier nu zitten, zei er een. ‘Laat eens goed zien hoe je dat ding schoonmaakt dan,’ zei ik, ‘want volgens mij hoor ik ook al lang weer minder met dat ding.’ Iedereen keek toe. ‘Kijk,’ zei hij, je haalt het schuimdopje hiervan af en daaronder zit het ding dat schoongemaakt moet worden, dat doe ik nu niet want het is pas gebeurd. Maar het is heel eenvoudig.’ Altijd als ze zeggen, het is heel eenvoudig, word ik wantrouwig, vooral ook omdat hij het toen als een razende weer in elkaar zette en achter z’n oor deed. Toen ik weer thuis was, besloot ik het ook eens te proberen. De volgende dag, een zaterdag, zette ik mij ’s morgens na de hondenuitlaat aan tafel en haalde er een uit mijn oor. Het sponsachtige dopje kon ik er vrij gemakkelijk afhalen maar ik moest er toch een beetje aan wrikken. Daaronder zat een klein wit dopje van ongeveer 4 millimeter. Dat haalde ik er ook saf. Daaronder zat een gaatje. Daar moest ik natuurlijk met een speld in om het schoon te maken. Ik stak er een kopspeld in. Er kwam ogenschijnlijk niets uit, maar verder durfde ik niet te gaan. Het witte dopje kreeg ik er toen niet meer op geschroefd. Het was te klein. Telkens als ik dacht, het zit erop, sprong het de lucht in en viel op de grond. Dan moest ik mijn bril weer opzetten om het te zoeken. Tot viermaal toe, sprong het ding juichend op, blij dat het eindelijk onder zijn schuimrubber uit was. Verlost. Na een kwartier prutsen had ik het witte dopje er nog niet opnieuw op zitten. Verrek, dacht ik, dan maar zonder dopje, deed het schuimpje erop en stak het weer in mijn oor. Ik weet niet of ik beter kon horen, want het was stil in huis. Of was het niét stil in huis en hoorde ik niks? Oei en ai! 

Reageren? Graag!  

Dat kan via mail 

[email protected]