Over de Napoleonsmolen van tweehonderd jaar geleden

Hamont – Voortdurend zijn de molenaars van de windmolen van Hamont op zoek naar historische verhalen over ‘hun’ molen. Deze week verschijnen er drie uit een nieuwe informatiebron: oude tijdschriften van ‘De Molenaar’.

Bewerking en beeld: Evert Meijs

Onweer

Uit de Molenaar van 30 mei 1906:

Tijdens het onweder van 24 dezer, sloeg de bliksem in den motor- en windgraanmolen van den heer Van Bree te Hamont België. De bliksem sloeg allereerst op de vloering, vandaar op de staaldraad-vangtouw en zoo naar beneden tot de galerij. Vandaar binnengedrongen, sloeg hij langs het staakijzer af in het kropgat en zoo door de bus en verbrijzelde den ligger. Vandaar op de koning van de olieslagerij en verbrijzelde deze tot splinters. Daar het gelukkig een feestdag was kwamen er geene persoonlijke ongelukken voor.  Begin van brand werd niet opgemerkt.

Toelichting:

De molenaarsfamilie Van Bree is bij veel inwoners van Hamont nog bekend. 

Het is duidelijk dat de molenaars al in 1906 een motor in de molen hebben, zodat ook zonder wind gemalen kan worden. De bliksem slaat op de metalen ring, net onder de kap en gaat via het touw waarmee de wieken worden geremd, naar de stelling ofwel de galerij aan de buitenkand van de molen. Dan dringt de bliksem de molen binnen en loopt via een ijzeren stang die zorgt dat de bovenste steen ronddraait, via het gat in de bovenste molensteen naar de onderste steen of ligger, die helemaal wordt verbrijzeld. De centrale as die het olieslagwerk aandrijft, gaat ook aan gruzelementen.

Zuinigheid vereist vlugheid

Naar aanleiding van de door ons medegedeelde bravourstukken schrijft mulder Gerard Verbeek te Budel ons, dat hij in 1906 werkzaam was op de korenmolen te Hamont (België) Het was een flinke stellingmolen met 27 meter vlucht. De molen had ijzeren roeden wat toen daar bijna niet voorkwam. De mulder was erg zuinig op zijn mooie roede en Verbeek moest om het roesten te voorkomen tweemaal per jaar een emmer teer in de roeden gieten. Hij moest daartoe met een emmer teer in de hoogste wiek klimmen en vlug naar beneden gaan om op de balie de teer in de emmer op te vangen. Een wonderlijk verhaal zal de lezer denken. Maar de maalknecht moest dit doen om vlug en lenig te blijven? Dit was echter niet het geval. De baas had het zo bepaald om een geheel andere reden. De lege emmer moest beneden weer dienst doen om geen twee emmers met teer te besmeuren!

Toen Verbeek het daarop volgende jaar een eigen molen had, wist hij wel op practischer wijze de teer in de roeden te brengen.

De Napoleonsmolen heeft wieken die in totaal 24 meter lang zijn. Vroeger waren die helemaal van hout, al lange tijd zijn de vier dikke balken (roeden) van metaal. Teer is een dike stroperige donkerkleurige soort verf die op het metaal kan worden gesmeerd om roesten tegen te gaan.

Nieuwe zeilen

In de krant staat ook een compliment van molenaar Stevens uit Hamont aan de leverancier van de zeilen: de heer Appelo, van de molenzeilen- en dekkledenfabriek in Hasselt, in het Nederlandse Overijssel, op 14 maart 1912.

MIJNHEER

De zeilen in goede orde ontvangen, waarvoor wij buitengewoon tevreden zijn, zoowel wat qualiteit als afwerking betrefft. Zoo wij weer een bestelling hebben komen wij zeker altijd weer bij U en zal U hierbij mijn collega’s aanbevleen: zulke soliede zeilen, goed en goedkoop.

Aanvaardt intusschen onze beste groeten. G.SEVENS , Molenaar, Hamont  ( België ).