Grote kaardebol 

Een leuk inheemse soort met een rijke historie in Nederland. Aan zijn grote stekelige hoofdjes met daarin lila bloemen is de Grote kaardenbol in de zomer goed te herkennen. Opmerkelijk is dat de bloei begint met een ring van bloemen halverwege het hoofdje en zich van daar in twee ringen naar boven en naar onderen verbreidt. Ook de stekelige bladeren en stengels vallen direct op, terwijl het stagnerende regenwater in de vergroeide bladvoeten een uniek verschijnsel is in onze flora. De plant staat vaak in ruigten, maar ook wel in bermen en op de hellingen van dijken. Grote kaardenbol komt van oorsprong voor in het zuiden, westen en midden van Europa. In Zuid-Limburg, Zeeland en het rivierengebied komt ze plaatselijk algemeen voor. Elders is ze vrij zeldzaam. Grote kaardenbol is een stevige tot 2 m hoog wordende plant die forse stengels heeft die gestekeld zijn, maar in het eerste jaar ontwikkelt zich eerst een bladrozet. Aan die stengel zitten tegenoverstaande bladeren die met een komvormige voet zonder steel zittend zijn ingeplant. In die komvormige, vergroeide bladvoeten verzamelt zich water. De langwerpige bladeren met een opvallend dikke middennerf lopen geleidelijk in een spitse punt uit. De rand van de bladeren is stekelig getand. Doordat zowel de bladeren als de stengels stekels hebben heeft de hele plant een stekelig aanzien. De beschermde Grote kaardenbol is een tweejarige plant. De uitgebloeide bloemhoofdjes (zie foto) van de grote kaardebol werden gebruikt om linnen te kaarden op te ruwen. Hele machines werden gebouwd om dit te doen met deze plant. Allerlei insecten bezoeken de bloemen van Grote kaardebol vanwege de nectarproductie en zorgen intussen voor de bestuiving en bevruchting. De grote kaardebol heeft een hoge natuurwaarde, veel bijen en hommels weten de kaardebol te vinden. Wanneer de zaden rijpen zijn de putters en de distelvink er ook erg blij mee.

Foto en tekst Jan de Bruijn