Beverwerkplaats ontdekt!

Sint-Huibrechts-Lille – Je zult het misschien niet geloven, maar één van de lezers van deze krant heeft me getipt om een plek te komen bezoeken waar bevers aan het knagen zijn geweest. Ik heb de uitnodiging aangenomen en kort geleden stond ik naast enkele boomstammetjes die door de bever doormidden zijn gebeten.

Tekst en beeld Evert Meijs

Een inwoner van Sint-Huibrechts-Lille –Harry- stuurt vanaf zijn vakantie-adres via WhatsApp het volgende bericht: Bij mij, achter aan de beek, aan de overkant, hebben bevers twee bomen omgeknabbeld. De stammen liggen er nog. Niemand weet hier van, misschien geschikt voor een verhaal met foto’s? Het is de eerste keer dat de bevers hier in de omtrek zijn. Om door de beek te gaan heb je wel lieslaarzen nodig. De bomen zijn wilgen. Wel wat vettige grond; dat ge niet uitschuift, bekijk het maar goed. Groet, Harry.

Opgewonden

Ik krijg van mijn informant het telefoonnummer van één van de buren. Die heeft een sleutel van de schuur. Ik zoek contact met hem en een afspraak is gauw gemaakt, op een vroege vrijdagochtend om 09.00 uur. Gelukkig is het droog, en eenmaal in Lille gearriveerd trek ik mijn laarzen aan en buurman Roeland komt me tegemoet. Ook hij is wat opgewonden en samen lopen we, geflankeerd door enkele honden, naar de Warmbeek. Het water kabbelt rustig stroomafwaarts en we zoeken of we aan de overkant iets kunnen vinden. Dat valt tegen. We lopen wat heen en weer, kijken en speuren, maar plotseling zegt Roeland: “Kijk, daar!”, en hij wijst naar een boomstammetje van bijna 1 meter, dat als een aangeslepen potlood naar boven piekt. Het topje is hagelwit, een teken dat de bever kort geleden nog op zijn werkplaats moet zijn geweest. Een bijzondere ervaring, voor iemand die meer verstand heeft van mensen dan van dieren..

Het lijkt niet mogelijk om aan de overkant te komen. Daarom wandelen we –enigszins teleurgesteld-  terug naar de woning en we zien in de verte een ándere buurman lopen. Roeland stelt voor om hem aan te spreken en te vragen hoe we aan de overkant kunnen komen. We bellen even later aan bij zijn huis en hij vertelt dat je het openbare voetpad wel kunt volgen, maar dat het de vraag is of je door de hoge doornenstruiken en het struikgewas je doel wel kunt bereiken. Anders is er volgens hem maar één optie: door het water. We lopen met tweeën het pad op en komen aan een brug over het riviertje. Dan gaan we in noordelijke richting door een wei en even later worden we inderdaad tegengehouden door het hoge struikgewas. Dan maar weer terug.

Oversteken met een touw

Toch geef ik me niet gewonnen en vraag aan de Roeland of Harry over lieslaarzen en een touw beschikt. “We zullen eens gaan kijken”, zegt hij, en even later staan we allebei in de schuur. Na wat zoeken zien we laarzen aan het plafond hangen, en in een kist ligt touw. We nemen het mee en gaan opnieuw over het erf van Harry naar de Warmbeek. We weten nu waar we zijn moeten. Eenmaal daar, sla ik het touw om een dikke boom, laat mijn dure fotocamera maar achter (stel je voor dat ie in het water valt) en zak langs de steile oever het water in. Voorzichtig stap ik verder het riviertje in, terwijl ik het touw goed vasthoud. Langzaam maar zeker bereik ik de overkant en klim aan wal. De grond is inderdaad vettig en dus glibberig. Het touw wordt provisorisch aan een boompje gebonden zodat het niet terug het water in kan vallen. Dan trap ik wat braamstruiken naar beneden en kom bij de plek waar het allemaal om gaat.

Als eerste sta ik naast de omhoogpriemende boomstam, die spits is afgeknaagd. Hoe is het mógelijk! Dan moeten je kaken toch veel spierkracht hebben om dit te verwezenlijken. En je voortanden moeten toch zeer sterk zijn. Op de grond om de stam heen liggen veel spaanders, ook nog hagelwit. Vanaf het afgeknaagde stompje loopt een duidelijk spoor richting Warmbeek. Hierlangs hebben de beestjes hun hout afgevoerd naar het water. Kleinere takken liggen nog in de geul, klaar om ook afgevoerd te worden voor het bouwen van een burcht of om te dienen als voedselvoorraad voor de komende winter. Enkele meters verder is een boom bijna helemaal doorgeknaagd. Hij ligt al om, maar zit nog een beetje vast. Aan weer een andere wilg is goed te zien dat deze ook door het grootste knaagdier van Europa  is stukgemaakt. Wonderbaarlijk om te zien. Ik meen dat de beverfamilie meestal uit vijf of zes personen bestaat, dus dat zal hier ook wel het geval zijn. De modderige plek waarlangs de knaagdieren van de oever in het water lopen, is goed te zien. Ik kijk nog of ik ergens een hol of een burcht zie, maar daar zijn mijn ogen niet genoeg geoefend voor. Na met mijn telefoon enkele foto’s gemaakt te hebben roep ik naar Roeland dat ik weer terugkeer naar de andere kant.

Reservekleren

Gelukkig kom ik ongeschonden bij het touw en laat me weer in de rivier zakken, dankzij de lieslaarzen van de gastheer. Beetje bij beetje schuifel ik naar de overkant, waar Roeland bezorgd staat te wachten. Hij helpt me mee naar boven en we zijn allebei verheugd deze ontdekking te hebben gedaan. De hondjes kwispelen. Om nog even na te praten trakteert Roeland op koffie met een lekkere koek en iets na tien uur verwissel ik de lieslaarzen voor mijn eigen ‘botten’. Mijn reservekleren liggen nog in de auto en heb ik gelukkig niet nodig gehad. Gastheer Harry stuur ik enkele foto’s toe en hij antwoordt daarop: ‘Er liggen wat stompen van bomen; die heb ik op twee meter afgezaagd. De bever had ze omgeknaagd en ze waren op mijn terrein gevallen. Daarom. Moesten de bevers een dam maken, loopt Lille enz. onder water. Straks heel de watering tegen de grond.”