Jezeke in Tongeren

Omdat ze toch erg eenzaam zijn waren mijn vriend en ik in het weekend onze goede oude vrienden in Tongeren op gaan zoeken. Oud, ja, dat zijn ze. Twee nog goed uitziende mannen, ik wil niet zeggen in de bloei van hun leven, want ze zijn allebei in de tachtig, maar toch…. Beetje eenzaam ook. Maar ja, wie niet in deze coronatijd? De eenzaamheid straalt zo’n beetje van iedereen af. Kom je iemand tegen in de winkel, een norse, strak voor zich uitkijkende blik is alles wat er uit de ogen spreekt. Verder valt er weinig van achter het mondkapje te ontdekken. Een flinke verarming van de sociale contacten. Enfin, wij waren in Tongeren op de 4e verdieping van een schitterend appartement waar de jongens dus wonen. Zoals altijd werden we gepast juichend begroet. Gewoon een corona 3-priksknuffel werd er twee maal uitgedeeld. Heel hartelijk. Hun stonden de tranen in de ogen. Echte tranen, geen covidmonsters. ‘Koffie, of?’, klonk het na de begroeting. ‘Doe mij maar: of?’ zei ik. Mijn vriend nam koffie. We hebben taart, voor jullie gekocht. ‘Taart smaakt ook prima bij of.’ Ik kan nooit mijn mond houden. Hij staat al koud zei degene die nog het best ter been was en liep naar de keuken. Intussen moesten we al hun nieuwe spullen bewonderen. Ze waren  vroeger antiquairs en dus konden ze het niet laten om af en toe over de zondagmorgenmarkt in Tongeren te struinen en spulletjes te betasten en/of te kopen, zolang het geen troep was natuurlijk. Datgene wat koud stond was inmiddels uit de koelkast gehaald en voor de gezelligheid deden de twee jongens in het wit met mij mee. Een echte fles rosé, verantwoord ingekocht en niet een 3 literpak van de PLUS (trouwens de lekkerste die ik ken hier) die ik normaal gesproken drink. Met het glas in de hand kreeg ik een rondleiding langs de vernieuwingen. Eerst buiten op het fraai aangeklede balkon, waar die dag de zon op stond. Daar stonden twee kerstbomen met lichtjes en ballen en alle bloemen, struiken en bomen gepast kerstelijk aangekleed. Prachtig. Toen binnen. Daar stond het klapstuk. Het was een antiquarisch kindeke Jezus, kortweg jezeke genoemd dat in een bedje van stro lag te slapen.Of te waken want het had de oogjes open. Het was vrij groot, ik schatte het op 45 cm. Bijna een voldragen baby. Het gezichtje was schitterend getekend en het ene handje ging al een beetje regerend omhoog, eigenlijk terechtwijzend. Alsof we al een paar zonden deden terwijl we aan zijn kribbe stonden. Hij was helemaal bloot, precies zoals twee kunstkenners het graag zien. Het glom. Waarschijnlijk was het van porselein, dat was ik vergeten te vragen. Of toch misschien van kerstbeeldenspul. Kalk? Het was in ieder geval prachtig geschilderd. Hij stond op een tafeltje zodat we alles goed konden zien. Het had een mollig buikje en een piepklein piemeltje, daar zou de kunstenaar het nog moeilijk mee hebben gehad. Maar ze waren er dolgelukkig mee met dit fraaie Jezusbeeldje. Het kribbetje was versierd met dennentakken en ander groen en bloemen door degene van de twee die groene vingers had. ‘En weet je wat het moeilijkste was,’ vroegen ze. Nee, ik. ‘Het stro. Hoe kom je midden in Tongeren aan een berg stro?’ Een kribbetje is zo gemaakt, en dennetjes en ballen en een witte doek om mee naar Egypte te vluchten is ook zo gevonden. Maar stro!? Tja, ik zou het ook zo gauw niet weten. Maar het geheel was prachtig, ik moest er naar blijven kijken. Gelukkig kwam toen de vlaai en daarna de worstenbroodjes op tafel. En Jezeke zorgde met zijn vermanende handjes dat we niet te veel dronken. 

Reageren? Graag!  

Dat kan via mail 

[email protected]