De Berk

De berk behoort tot de napjesdragers familie evenals de beuk, eik, hazelaar, els en kastanje. Ze zijn zo winterhard dat ze zelfs ten noorden van de poolcirkel groeien. De berk heeft in het voorjaar vrouwelijke katjes en katjes met stuifmeel ( de mannelijke ) en is dus eenhuizig. In ons land groeien in de natuur twee soorten berken: de ruwe berk Betula verrucosa en de zachte berk Betula pubescens.         

De ruwe berk heeft hangende twijgen met wratjes hetgeen harsblaasjes zijn. De bladeren voelen ruw aan gelijk fijn schuurpapier en de stam wordt ook ruw. Op de jonge twijgen van de zachte berk zitten veel haartjes en de blaadjes voelen zacht aan. Men gebruikte deze twijgen om bezems van te maken.

De zaadjes van een berk hangen in rolletjes aan dunne steeltjes. Aan weerskanten van de zaadjes zitten vleugeltjes die door de wind  overal verspreid worden zelfs kilometers ver. Een berkenboom kan wel 2.000.000  zaadjes dragen. De stam van de berk is wit. Vroeger werden berken langs bospaden geplant zodat men in het donker de witte stammen kon zien om zodoende de weg terug te vinden, De schors laat in papierdunne schilfertjes los vooral bij de papierberk Betula papyrifera waarop men dan kan schrijven. In Noord Italië werden berken gekweekt om bankbiljetten van de lire te maken. Ook knipte men in het voorjaar een tak af en ving men de overtollige sapstroom op en gebruikte dat om de haren mee te wassen.  Laat men dit sap met suiker gisten dan krijgt men een alcoholische drank.

De sapstroom van een berk komt al eind  januari op gang hetgeen men met een stethoscoop goed kan horen. Daarom moet men een berk in de winter vroeg snoeien zoals alle bomen die in het Latijn met de letters A, B of C beginnen anders kunnen zij dood bloeden.

Berken bladrollers of ook wel sigarenmakertjes  genoemd zijn kevers die het berkenblad oprollen als een sigaar waar zij een eitje in leggen waaruit een larve komt. De meesjes trekken met hun snavel deze larve uit de sigaar en gebruiken het als voedsel.

De schimmeldraden van de vliegenzwam leeft in symbiose met de haarwortels van de berk. Een andere schimmel is de berkenzwam waarvan de onderkant grijswit en de bovenzijde bruinachtig is in de vorm van een schelp. Deze schimmel eet de berk op en kan men zien  op de stam en op een dikke tak van zowel dode als levende bomen.

In sommige berken zitten een knoedel takken die op een vogelnest lijkt hetgeen een heksenbezem is en veroorzaakt wordt door een schimmel. Vroeger dacht men dat de heksen hun bezems  waren kwijtgeraakt in de berken.

Info: Toon van Seggelen  
a.seggelen@upcmail.nl