Fazant

Afgelopen zondag liep er een fazant bij mij door de tuin. Zomaar. Het was er niet een met zo’n sjieke goudglimmende staart, nee, het was die andere variant. Meer bruin en okerkleurig. Ik had hem nog nooit gezien bij mij in de tuin. Moest die nou meegeteld worden bij de tuinvogeltelling? Net nu, nu het niet uitkwam eigenlijk liep hij daar. Ik vond het meer een kip dus ik telde hem niet hoewel het eigenlijk wel een vogel was en hij door de tuin liep. Toch moeilijk om zo’n beest daarvoor uit te sluiten. Het zag er niet haveloos uit zoals menige kip ooit achter bij de staartveren gebreken begint te vertonen. Nee, hij glom en was nieuwsgierig. Hij zette z’n leven niet echt op het spel door daar te lopen, want de buitenlighond had hem nog niet eens opgemerkt. Toch had hij iets onvoldaans. Wilde geteld worden. Gezien. Er ligt en hangt altijd wel ergens vogelvoer in de tuin dus daar zal hij wel op afgekomen zijn. Misschien liep hij wel van tuin naar tuin zodat iedereen die met de tuinvogeltelling meedeed hem meetelde. Streelde z’n ego dat zoveel mensen hem zagen. En verziekte de stand. Hé, wat vreemd zouden ze zeggen, daar aan de grens bij Hamont schijnt het te wemelen van de fazanten. Had hij z’n zin. Hij is maar een kwartiertje gebleven, moest weer een deur verder. Niet in de gaten dat hij al lang niet meer in Nederland rond liep. Had het stippellijntje op het Asbroek natuurlijk niet gezien. Een beetje langs die dikke bult daar heen gestapt. Hup, achter langs bij Rooymans het veld over en dan kwam je al haast bij mij uit. Maar goed, ik zat er maar mee. To tell or not to tell. Klopt wel niet die vertaling maar u begrijpt wat ik bedoel. Ik zat blij en veilig achter mijn laptopje te counten na een verschrikkelijke zaterdag. Die dag moest ik naar Brussel. Zo, langzamerhand komt u de waarheid toch te weten. Ik zou om kwart voor een ’s middags op de carpoolplaats in Lummen staan, alwaar mijn uit Herentals afkomstige bridgepartner mij op zou pikken om samen naar Brussel te gaan waar we om 2 uur een wedstrijd moesten spelen. So far so good. Maar ik, met mijn stomme kop, reed de afslag Lummen (waar ik overigens nog nooit van gehoord had en op moest zoeken) voorbij en reed vrolijk in de verkeerde richting verder. Op mijn tomtom zag ik de minuten van aankomsttijd opeens drastisch toenemen. Mijn god, ik zat op de snelweg naar Luik of zo, helemaal verkeerd en kon er niet af. Geschatte aankomsttijd 13.10 uur, veel te laat dus. Ik raakte in paniek, zag Alden-Biesen ergens vermeld en probeerde om te keren. Toen belde mijn partner. Via het scherm in de auto, voor de moraalridders onder ons. Geen gevaar dus. Waar blijf je en zo. Ik was radeloos. Weet niet waar ik ben, maar ik draai om en kom eraan. Enfin, we kwamen een kwartier te laat in Brussel aan en kregen geen minutenstraf. Dat doen ze in België niet gauw. Om te parkeren hadden we nog drie straten moeten lopen, steil omhoog. Ik hijgde als een oud werkpaard. En toen ik eenmaal aan tafel zat achter de schermen en de eerste kaarten legde, hijgde ik nog. Maar zachtjes anders dachten ze nog dat ik corona had achter mijn mondmasker. Zo, alles is toch uitgekomen nu, maar je begrijpt dus wel dat ik de volgende dag rustigjes zat bij te komen achter mijn laptopje, blij thuis te zijn en toen die vogel zag. Mooi beest. Ik heb hem toch geteld.  

Reageren? Graag!  Dat kan via mail [email protected]