Vals licht

We zaten maandag op onze onovertroffen Atelier Rosédag met vier van de vijf overgebleven schildervrouwen in ons atelier en hielden er onze na de koffie met vlaai, vanwege Valentijn, doorgelopen koffiepauze tevens maar onze lunchpauze. Ik zeg dit niet heel duidelijk, maar u begrijpt vast wel wat ik bedoel. Iemand had voor Valentijn een fles champagne-rosé meegenomen. Normaal drinken we gewoon rosé, eigenlijk steeds minder want dan heeft dié weer een dieetaanval, en dan doet dié een waterkuur en iemand anders ‘kan er niet meer zo goed tegen’. Gezeik, zeg ik dan, smoesjes! Ik ben meestal de enige die nog het volle quantum van 3 glazen haalt tijdens de lunch maar ik hoef dan ook niet meer te rijden. Hoe dan ook, een van ons had een nieuwe heel dure gsm gekocht en daar kon ze prachtige foto’s mee maken. Ze liet er een zien zo mooi, en na enig gescharrel op het toestel, fotoshoppen heet dat, had ze ook haar rimpels nagenoeg laten verdwijnen. Ze stond er prachtig op samen met haar 3 maanden oude kleinkind dat ze tactisch voor haar onderkin gedrapeerd had waardoor er van die lastige overdosis kin niks te zien was. Ja, riepen wij jaloers uit, wij hebben niet meer zo’n prachtige baby om voor al onze rimpels te houden. ‘Jij,’ zegt meisje M. genadeloos tegen mij, ‘jij moet daar eigenlijk in jouw nek die hele rimpelzooi strak laten trekken, net als ik hiér’. En ze pakt haar wang en pakt een kwab vast met vele plooien waar Rembrandt verlekkerd naar gekeken zou hebben om daar eens mooi met licht en schaduw een weergaloos portret van te maken. ‘Ik maak van jullie ook een mooi portret,’ riep de eigenaresse van het fotoapparaat uit. Meisje C. was eerst, die moest iets naar onder kijken en dan weer schalks omhoog en  ‘knip’ daar was ze, enig geschuifel op het toestel later en daar kwam een nieuwe C. in zwart-wit tevoorschijn, prachtig. ‘ Nu ik,’ riep ik. ‘Ik hou mijn glaasje rosé wel voor m’n nek anders mislukt het toch.’ Kijk, hier boven dit stukje staat ie, de foto. Toen M. nog. Echt heel kunstzinnig werd die foto. Zo waren we zelfs tijdens onze lunchpauze met kunst bezig (haha). We stuurden alle foto’s uiteraard naar onze groepsapp. We hadden ook bonbons die middag. Ook vanwege die ellendige Valentijn. Voordat we ons uiteindelijk zuchtend maar voldaan aan het schilderen zetten, vraten we het doosje bonbons leeg. Het kan zijn dat iemand er een minder nam (ik) maar dat werd dan weer goed gemaakt door een extra glaasje. Ik maakte die middag een schilderij, geïnspireerd op het mooie weer, de lente in de lucht, het verlangen om weg te gaan, naar Frankrijk, de tjielpende vogeltjes buiten, het langzaam verdwijnen van de lockdown en de winter, de hoop op het zien ontluiken van de bomen bij het Frankrijkhuis na de reis langs de Rhône, machtig stromend aan mijn rechterzijde, waarna we in de laatste 200 kilometer de heel lichtrose bloesem van de abrikozengaarden een voor een als communiejurkjesvelden voorbij zagen komen. Dan komen op het laatste stuk de machtig oprijzende  bergen van de Ardèche. De kale stokken van de wijngaarden, de soms onmogelijk lelijke dorpjes her en der die ik toch zo graag zie. En dan ons eigen kleine, lieflijke, schitterende dorpje met het valleitje, sinds kort voorzien van glasvezel. O, wat wil ik toch graag weer naar Frankrijk. Na de reis de houtkachel aanmaken, minutenlang buiten op het balkon rondkijken en de schone lucht opsnuiven, een glaasje drinken en de rekeningen betalen. Zo’n schilderij was het.  

Reageren? Graag!  Dat kan via mail [email protected]