Toch gelukt omdat ik moet wachten op ontbijt….!

REGIO – De kop is er af, de pelgrimsroute naar Santiago is begonnen! De eerste vier wandeldagen zitten er op als ik met mijn minitoetsenbordje in de plaats Longchamps op het bed aan het schrijven ben. De start is fantastisch geweest.

Het afscheid in de Bosstraat in Valkenswaard is overweldigend. Tien mensen, familie en vrienden, staan me midden op straat uit te zwaaien om klokslag acht uur. Het is 0 graden en er staat een flinke bries. Af en toe dwarrelt er een sneeuwvlokje naar beneden als ik op de Luikerweg de militaire begraafplaats passeer, met 13 kilo bagage op mijn rug. Plots komt een dame per fiets voorbij en roept: “Succes. Heb je nog iets nodig?” Nog maar net van huis en al een rilling over mijn lijf. Ze zag natuurlijk de Jacobsschelp, het symbool van Santiagopelgrims, op mijn rugzak.

De route voert eerst naar Hechtel-Eksel, om daar te overnachten.  Tegen kwart voor elf passeer ik grenspaal nr 186 en voert te voettocht verder door Belgie. Als pelgrim beschik ik over een Credential del Peregrino. Eigenlijk een soort stempelkaart, die je onderweg regelmatig  moet laten stempelen bij een kerk, een klooster of ergens anders, als bewijs dat je de route inderdaad ook hebt afgelegd. De kerk van Lommel Kolonie is dicht. Dan maar naar de buren: Basisschool `t Stekske. Wat een mooie ontmoeting! De secretaressen zoekt een stempel en meester Hans is zeer geintereseerd in mijn tocht. Hij wil alles weten. Kinderen kijken verbaasd naar die man met zijn grote rugzak. Als de stempel is gezet, moet ik toch echt weer verder. “Eerst wil ik nog een foto trekken en dan mag je via het vuilkot pas naar buiten”, zegt hij vriendelijk. Na een foto van het gedachtenismonument voor de verongelukte kinderen te hebben gemaakt , zet ik koers naar  Overpelt en Eksel.

Bij de benzinepompen onderweg is het druk. Politieborden waarschuwen dat je op straffe van ruim honderd euro niet op de rijbaan in een file mag gaan staan. De brandstof kost 2,83 euro: een koopje. In de kerk van Lommel-Barrier gebruik ik mijn boterhammen, die Trudy lekker klaar  heeft gemaakt, deze morgen. In totaal staan er 28 km op de teller als ik arriveer bij mijn eerste overnachtingsadres, waar het bijzonder goed toeven is, zo blijkt al gauw.

De reis gaat daarna verder via Leopoldsburg, Heppen, Oostham, Kwaadmechelen en zo naar Diest, bij een temperatuur van 1 graad.  In totaal leg ik deze dag 39 km af. Ik zie onderweg een kenteken IXXXXXXI , en arriveer bij een koppel gepensioneerde juristen. Ze helpen me geweldig op weg als de beiaardier van de kerk niet op de afgesproken tijd komt opdagen. De koster wordt uit het cafe opgetrommeld en ze leidt de gasteer en mij door de schitterende kerk en naar de beiaard, waar ik toch nog een concertje kan geven op het zeer oude waardige instrument. Na soep en brood weer vroeg onder de wol, want Tienen staat op de rol.

Via Assent, Glabbeek en Vissenaken komt Tienen in beeld. Vooraan in de stad loopt de Valkenswaardlaan. Daar moet ik natuurlijk doorheen en bel bij nr. 24 aan. Een kleine meid komt naar voren en haar moeder vertelt dat ze niks weet van die straatnaam. Dan komt manlief naar voren. “Ik ben eens op de kaart gaan kijken. Ik ben er nog niet geweest hoor.” De man vertelt dat hij in dit huis geboren is en toch niks weet van Valkenswaard. Maar hij is erg geinteresseerd in de pelgrimstocht en wordt toegevoegd aan de digitale volgers. Enkele deuren verder komt na aanbellen een echtpaar buiten. Het koppel kent Valkenswaard maar al te goed. “Wij gaan dikwijls op verlof in Molenheide en gingen dan dikwijls naar de weekmarkt, naar de bloemen. Soms drie keer per jaar, en altijd een uitstap naar Valkenswaard. Het is er erg gezellig, wij kennen dat zo in Belgie niet. Net alsof ze je al jaren kennen in die brasseries, alsof je een dagelijkse klant bent.” Hij weet dat Tienen zustergemeente is en herinnert zich dat er soms nog gesport werd tussen de twee plaatsen. Vanuit de verte is de nieuwe watertoren te zien, waar vroeger een mooie stijlvolle toren heeft gestaan. “Zijde gij te voet van Valkenswaard!!”   

Bij het gastgezin ligt de sleutel klaar van de kerktoren, zodat ik opnieuw  klokkenklanken ten gehore kan laten brengen, maar dan dus in Tienen. 

In een voormalig Augustijnenklooser ontmoet ik de huidige bewoners. Wat denk je? Kind aan huis in Hamont. De familie heeft nog op de Bernard Kempschool gezeten, en zij kennen daardoor de Napoleonsmolen ook. Twee kindjes staan klaar om weer terug te gaan naar Hamont: morgen weer naar school. Hoe klein kan de wereld zijn. In het gastgezin bij Lieve en Wout is heerlijk gekookt, en de hond, die zij hebben geadopteerd, mag op een stoel mee aan tafel. Wat geweldig toch. Ik mag met een leenfiets nog even op en neer naar Hakendover. Dat doe je toch als je in Tienen bent en je ouders daar zo vaak daarheen geweest zijn op bedevaart?

De dag erna is het bar en boos weer. De regen striemt en de storm raast over het gebied dat ik doorkuis. Ik ben welkom in het zusterklooster van Hoegaarden voor lekkere warme koffie, een appel, enkele ansichtkaarten en een bezoek aan de kapel. Ik heb daarvoor wel met de zusters gezongen: Te Lourdes op de bergen, en het In Paradisum voor een zuster die deze week is overleden. In Longcamps ligt het eindpunt van de vierde dag. Twee grootouders vangen twee kleinkinderen op en terwijl ik uitgenodigd word voor waterzooi als hoofdgerecht, verschijnen in de achtertuin twee reeen. Een bonus. Al met al deze 4 dagen 142 km afgelegd, op weg naar Santiago. Morgen 35 kilometer naar Anhee. Graag tot deel drie, komende week!