Geen signaal

IJskoud was het onze tweede week in Frankrijk, werkelijk ijs en ijskoud. We kregen het met onze houtkachel niet echt warm gestookt. Alleen het slaapkamertje en de badkamer hadden een verwarminkje, daar was het te doen en daar kwam nog bij dat de tv de tweede week uitviel. En natuurlijk  op een zeer ongunstig moment. Het scherm werd zwart en er stond alleen ‘aucun signal’.  En dat terwijl ik een drietal uren op de eerste zondag was bezig geweest om de tvapparatuur die anders geen ellende gaf, maar dit keer wel, op te starten. Normaal gesproken doet de wifi het niet maar dat was nu het enige wat het wél deed. Ik had het zwarte kastje naast de tv waarin zich het onontbeerlijke kaartje voor de zenders bevindt een behandeling met de föhn gegeven, wegens een vermoeden van vocht in het kastje na de lange winter, en ja, na een kwartier stylen, sprongen opeens de groene cijfertjes aan en konden we tv kijken, netflixen, alles. Dit uitzoeken was al erg genoeg geweest. De hele week hadden we tv kunnen kijken, tot hij op zaterdag 2 april er opeens de brui aan gaf. Ik voelde dat ditmaal de föhn niks uit kon richten en probeerde allerlei andere dingen uit. Niets hielp, aucun signal. “Kloteland, klotefrankrijk,  klotemacron!” riep ik gefrustreerd nadat ik een uur geprobeerd had om het ding weer aan de gang te krijgen. Het scherm bleef zwart. We waren net een spannende netflixserie aan het kijken. Dekentje op de bank allebei, gezellig. Drankje en zo. Maar we waren nog niet verslagen. Ik had door mijn abonnement ook netflix op mijn tabletje dat ik had meegenomen. Piepklein natuurlijk in vergelijking met de grote tvkast. We zaten naast elkaar op de bank. Voor ons zette mijn vriend twee volle flessen wijn, rode, op de salontafel en daar tegenaan stalde ik het pctabletje. We konden verder kijken. We trokken eerst de tafel wat dichter naar de bank toe anders zagen we niks op dat kleine ding. Nou ja, zo groot waren in de 60-ger jaren vorige eeuw de tv schermpjes ongeveer. Dus niet zeuren. Waar een volle fles al niet goed voor is. We konden de serie gewoon verder volgen. Toen we tussendoor wat aten en nog wat later slaap kregen, zei ik: ‘Ik kan wel een installatie maken voor in bed, het is hier toch wel érg koud, zodat we daar straks verder kunnen kijken. Ha, dat leek ons, doordronken zielen, wel wat. De beste plaats was gewoon in bed.  We hebben in het kleine slaapkamertje (niks master bedroom) gelukkig wel een breed, avondvullend bed. Tussen ons in legde ik een tamelijk stijf kussen voor op een tuinstoel buiten, verleden jaar gekocht in Aubenas, nog vrijwel zonder vlekken. Daarop zette ik een stijf tasje waarin zich wederom stijf opgevouwen plastic onderdelen van een zonnescherm bevonden. Het tasje bleef mooi staan. Daartegen plaatste ik het tablet. ‘He, hij blijft mooi staan,’ riep ik blij. ‘Ga je ook maar uitkleden, we kunnen zo gaan kijken en aansluitend in slaap vallen.’ Het was een erg spannende serie en we konden niet wachten om de afleveringen na al ons oponthoud van honden uitlaten en eten, weer verder te kijken. Ik lag er al in om alles te regelen, toen hij voorzichtig aanschoof in de bioscoop. ‘Stilliggen,’ commandeerde ik, ‘anders schuift de hele zooi naar beneden. Gewoon rustig kijken. Niet hoesten.’ Ik trok het stijve kussen iets dichter naar ons toe, tussen ons in en ja hoor, alles werkte, niets viel om en daar hadden we film op bed. ‘Nog beter als met die flessen hè,’ zei ik dankbaar. ‘We kunnen zo met gemak de hele serie afkijken.’ Dacht ik, als gevorderde in-bed-kijker. Hij sliep al na vijf minuten. 

Reageren? Graag!  Dat kan via mail guus.van.winkel@pandora.be