Oranjetipje

Het Oranjetipje (Anthocharis cardamines) is er vroeg bij dit jaar en deze vlinder wordt alweer regelmatig gezien. Op de foto is hij gespot op een bloeiende Judaspenning die ook in het voorjaar bloeit. De mannetjes komen na de overwintering als eerste uit de pop en zijn met hun oranje vleugeltippen een opvallende verschijning. Bij het vrouwtje ontbreken deze vleugelpunten, zij is te herkennen aan de groen-gemarmerde ondervleugels.

Deze camoufleert de vlinder wanneer deze met de vleugels gesloten tussen het gras zit. 

Oranjetipjes eten veel verschillende soorten planten, een daarvan is pinksterbloem, die nu volop in bloei staat. Aan het begin van de vliegtijd worden eitjes afgezet op de al bloeiende pinksterbloemen, daarom is het altijd zo jammer dat men dit al zo vroeg wegmaait in de bermen.  Men klaagt dat er zo weinig vlinders zijn, terwijl de mens er zelf mede schuld aan heeft. Als er dan toch gemaaid moet worden, doe dat dan in de nazomer of de herfst en laat grote delen staan. Ze eten niet de hele plant, maar zijn gespecialiseerd op het zaad wat in langwerpige zaaddozen zit. Vrouwtjes zetten hun eitjes af op planten die nog geen zaad hebben, maar wel veel bloemen en bloemknoppen. Per plant wordt één eitje afgezet, de rupsen die hieruit komen, eten zich vol met de bladeren om vervolgens te verpoppen. 

De pop lijkt precies op een stekel of doorn van een plant en valt hierdoor niet op voor roofdieren. Leuk is om te weten is dat als een vrouwtje al heeft gepaard en er zal een nieuw mannetje zich aan melden bij haar?  Dat ze dan deze zal afwijzen door met haar achterlijf in de lucht te steken en druk met haar vleugels te klapperen.  Het mannetje begrijpt dan deze gebarentaal en zal al snel weer op zoek gaan naar een ander vrouwtje. Vergeet vooral niet te genieten van dit prachtige, felgekleurde vlindertje. 

Heeft u ook een mooie landschaps of natuurfoto van of over Cranendonck? 

Mail deze gerust naar [email protected] met vermelding van de locatie, en mogelijk wordt het geplaatst.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Foto en tekst Jan de Bruijn