Bon Courage!

Verslag -deel IV- van de voetreis van Evert Meijs naar Santiago.
In Boult-sur-Suippe loopt de uitbater ‘s morgens bijna ‘n uur met me mee om me binnendoor weer op de Jacobsroute te zetten. Ondertussen praten we over de kwaliteit van de grond en over de ‘polution’ van de nabijgelegen suikerfabriek. 

Een hele poos later roept in Betheny een aardige man over de rotonde heen dat ik moet komen. “Ik zal je de weg uitleggen, want jij gaat over Reims naar Santiago, dat zie ik aan de Jacobsschelp die je op je borst draagt. Ik spreek Hollands, want ik kom uit Noord-Duitsland en heb vrienden in Hoogezand-Sappemeer”, legt hij uit. Met nauwelijks tanden in zijn mond en een dikke wintermuts op, legt hij tot in detail de route uit, die ik tóch niet kan onthouden. Ik vervolg mijn weg en even later komt hij me met een bakfiets via de berm achterop. Hij lacht en haalt uit de bak een piepklein plattegrondje van Reims. “Zo weet je meteen waar de kathedraal is”, roept hij. Nou moet je weten dat de beroemde kathedraal al van kilometers ver te zien is. Dezelfde dag krijg ik een mailtje van hem, met de tekst ‘God houdt je op de weg’. Tóch mooi van Tim, die ook nog Weiland heet van achteren.

Reims heeft natuurlijk behalve champagne ook de kathedraal met het wereldberoemde beeldhouwwerk en het glas in lood. Om 14.00 u wordt achter in de kerk een kantoortje geopend voor pelgrims. Er is een stempel, informatie en een goed gesprek. “Zoudt u voor deze dame alles willen vertalen, want ze komt uit Vlaanderen en spreekt geen Frans.” De vrouw heet Els en ze komt als pelgrim uit Lille bij Hoogstraten. Na ‘n half uurtje in de frisse kathedraal vervolg ik mijn weg.

Intussen groeit het aantal stempels in mijn Credential. Telkens weer een bijzonder moment als er een ‘tampon’ bij komt. In de wereldberoemde Avenue De Champagne in Epernay bel ik bij enkele gerenommeerde champagnekastelen aan voor een exclusieve stempel, zo is mijn gedachte. Niemand opent. Bij de ‘vakvereniging’ van wijndomeinen, in dezelfde avenue, wordt wel een stempel geplaatst en omdat men het zó bijzonder vindt dat ik daar om kom vragen bij hen, krijg ik zelfs een paraplu toe! Die geef ik twee dagen later aan de gastvrouw in Bagneux, want ik kan er niks mee als pelgrim, en Agnes is heel blij, vooral als ik vertel hoe ik er aan gekomen ben. 

Koffie uit een kom
Ik word voor het eerst geconfronteerd met koffie die uit een soepkop wordt gedronken! Brood wordt er in gedoopt en met twee handen wordt de kop aan de mond gezet. In een grote oven worden bij Agnes en André sneetjes brood verwarmd en diverse soorten jam staan op tafel. Als op het einde van het ontbijt nog een flinke omelet wordt geserveerd, klaargemaakt met geraspte kaas, kan de volgende etappe beginnen.

Plaatsnamen klinken hier wel fraai als je ze hardop uitspreekt, zoals Champfleury, Villers-Allerand, Rollu-la-Montagne, Germaine, Haneau-de-Bellevue of Dizy. Lastiger zijn getallen. Zeker als ze snel uitgesproken worden. 69 is Soixante neuf, maar als men je in rap tempo een telefoonnummer opleest, wordt het verdraaide lastig!

De vele champagne-wijngaarden staan er prachtig bij. Regelmatig rijden boeren met hun kleine bestelautootje naar hun plantages en ploegen arbeiders met een extra hoge tractor de grond tussen de hellende rijen druivenranken. Schitterend om te zien. Het hele landschap staat er vol van, en de eerste knoppen worden zichtbaar. 

Die avond overnacht ik bij de Zusters Clarissen, waar ook Els aanschuift. We zijn aanwezig bij de vespers. Ik uit belangstelling, maar Els is bang dat ze geen eten krijgt als ze niet deelneemt aan het gebed, dat van vijf tot bijna zeven duurt. In de refter schuift nadien ook Willem aan, pelgrim uit Rotterdam. De zusters blijven verder onzichtbaar.

Als ik het gemeentehuis van Montmort-Lucy binnenstap voor een stempel in mijn credential, schrikt de ambtenaar van mij. Geen wonder, want de datumstempel blijkt nog op twee dagen geleden te staan… Zou  er sindsdien niemand meer in het raadhuis geweest zijn?

Paaswake
Voie de la liberte 1944 staat om de kilometer op dikke palen in de berm. Het kan niet anders dan dat deze weg door de bevrijders is gebruikt, net als bij ons de weg van Lommel naar Eindhoven. Thuis ga ik eens opzoeken hoe dat precies zit.

Op paaszaterdag beland ik in Vallant-St.-Georges in een gîte, een apart huisje in de tuin van madame Galland. Het is weer lekker warm en de was droogt snel. Op de vraag waarom er in haar woning bladmuziek op een standaard staat, laat ze een accordeon zien, maar ik kan haar niet verleiden om iets te spelen. Gemakkelijker gaat het als ze vertelt over de paaswake in het dorpje verderop. “Ze komen me halen, met nog een buurvrouw. De taxi is een mevrouw. De mis duurt hooguit ‘n uur. Als je zin hebt, vraag ik of je mee kunt.” Ik ga even babbelen bij de mannen die in het dorp aan het petanquen zijn, en korte tijd later rijden we met vieren naar een moderne kerk, bekostigd door een plaatselijke industrieel die een kindje verloren had en daarom deze kerk realiseerde. De pastoor vertelt dat hij door alle drukte de dienst nauwelijks heeft voorbereid en vraagt om begrip. Om kwart voor twaalf laat hij iedereen uit volle borst Alleluia zingen en kunnen de kerkgangers weer naar huis. Iets later dan voorspeld. De volgende dag geeft madame me twee sneeën brood mee voor onderweg, met daartussen precies ‘n halve camembert. Wat een gastvrijheid!

Als ik de historische stad Troyes heb bezocht en de nacht heb doorgebracht in een jeugdherberg, zit bijna 20 % van de pelgrimsroute er op, met 544 km, op een tocht waar velen langs de weg me toeroepen: Bon Voyage! Bonne Route! en Bon Courage! Welgemeende wensen die me goed doen om de overige 2000 km ook af te gaan leggen.

Graag tot deel vijf, komende week!