6e artikel: betreft 26 april t/m 2 mei

VALKENSWAARD-SANTIAGO – Deze week wordt gekenmerkt door opnieuw prachtig wandelweer en door contact met steeds meer mede-pelgrims. Het wordt drukker en de overnachtingsplaatsen worden groter. 

Op 26 april laat ik Nevers achter me en trek verder via Sancoins. Mijn schoenen hebben me al vele kilometers gedragen, maar beginnen toch hard te verslijten! De hakprofielen zijn weg en de binnenkant komt aan de oppervlakte. Gelukkig heb ik daar rekening mee gehouden: thuis staat nog een extra paar te wachten. Ofwel de schoenen komen met een vrachtwagen mee, ofwel Trudy plakt er postzegels op en stuurt ze naar de regio Limoges of Périgueux. We zullen zien.

In Sancoins staat Hotel du Parc op de overnachtingslijst. Daar aangekomen blijkt er een onhandig misverstand. “U hebt wel voor één persoon gereserveerd, maar er zijn alleen tweepersoonskamers ter beschikking. Daarom gaan we de prijs verhogen met 50%.”  Mijn budget wordt hierdoor danig aangetast. De volgende morgen is er niemand in het statige oude  gebouw te bekennen. Dan de sleutel maar opgehangen en met de code de poort geopend, om weer verder te gaan. Enkele uren later passeer ik ‘Nos Repos’, een rustplaats voor pelgrims. De uitbater is voor enkele maanden terug naar Nederland, maar de overbuurman zet zijn riek opzij en brengt even later verse koffie, met dadels als extra lekkernij.

Een echte hospitalero: Noël, van de Refuge Pèlerin in Ainay-le-Chateau. Hij verbiedt je om ook maar iets te doen. Hij is al avondeten aan het klaarmaken, voor een pelgrim uit Arlon, voor mij en voor hemzelf. De rugzak wordt in een grote plastic bak gezet en mag daar niet meer uit komen, tot het moment van vertrek. “Je hoort zoveel over allerlei ongedierte; dat willen we hier niet binnen hebben”, zo zegt hij. Tijdens de uitgebreide warme maaltijd gaat het vooral over de uitslag Macron / Le Pen. Dat gaat zó rap dat ik het nauwelijks kan volgen. Noël is zeer ontevreden met de situatie: hij stemde blanco. Bij het afscheid de volgende dag kan mijn collega maar net met haar volgepakte fiets door de voordeur naar buiten en biedt Noël me een eigengemaakte gefiguurzaagde schelp aan, voor aan mijn rugzak.

Katten in bed

In Loye-sur-Arnon vindt de 27ste overnachting plaats in een knots van een boerderij. Er lopen van die blazende ganzen rond, een kalkoen die van vettigheid nauwelijks kan lopen, een nest bordercollies die overal tegenaan springen, moeder-kip met haar jongen, blèrende geiten en minstens twee katten. “Vannacht kun je misschien bezoek krijgen van de katten, want er is een glaasje uit de voordeur getikt en daar komen ze graag door naar binnen naar je slaapplaats.”, zo vertelt de jonge boer. En hij heeft gelijk. Op enig moment rommelen twee poezen tegen me aan en spinnen en krassen met hun nagels. Ik vind het maar niks, maar ja, wat moet je? Dan maar diep in mijn slaapzak en korte tijd later hebben ze hun draai gevonden bij mijn voeten.

Onderweg naar Le Châtelet houdt een oude heer een brandende krant tegen een jong perzikboompje. “Waarom doet u dat?” vraag ik, en de man laat zien dat allerlei rupsen een plekje hebben gevonden in de oksels van de takken. “Als ik ze niet vernietig, hebben we dit jaar geen perziken en dus ook geen jam”, laat hij weten. Het lijken wel processierupsen, en de overlevende exemplaren kruipen achter elkaar langs de stam naar beneden. Hij attendeert me wonder boven wonder nog op het dorpje Châteaumeillant, wat zeker de moeite waard is, al is er geen kasteel. Ik vertel hem over de lotgevallen van de Nederlandse familie Meiland, en hij krabt eens onder zijn platte pet van verbazing.

Vlak voor La Châtre, bij een autocircuit, steek ik de weg over en klim over de reling om een Nederlandse vrouw te interviewen.

“Ik zie meteen dat u het Pieterpad loopt!”, roept ze. Ik spreek haar aan, want er staan tientallen auto’s van het type Alpine Renault, en een wit exemplaar heeft een Nederlands kenteken. “Hoe komt u hier verzeild geraakt?” vraag ik, en haar man komt er bij staan, met finishvlaggetje op zijn shirt en op zijn pet, zoals in die wereld wel vaker te zien is. De man blijkt verwoed verzamelaar van deze serie auto’s, ze wonen vlak bij Zwolle, zijn met camper en aanhanger naar de jaarmeeting van de automobielclub gekomen om te showen, te verwonderen, te vergaderen en te dineren. “Morgen mogen we echt het circuit op!”, zegt de dame, die er inmiddels achter is dat niet de Pietersberg maar Santiago mijn eindbestemming is. Ik laat het Maurice Tissandier-circuit voor wat het is en arriveer na 30 km. in een prachtige gîte, met een Belg die in Leuven is vertrokken, en een Duitser uit Bremen.

De volgende dag koop ik brood, worst en fruit op de weekmarkt en volg ik de fraaie bronzen schelpen op de trottoirs, die me de stad La Châtre uit helpen. Vanaf hier zijn voortaan ook de routebordjes te zien voor pelgrims die op de fiets naar Spanje trekken. Soms is hun route hetzelfde, soms wijkt het fietspad sterk af, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad.

Enkele stoere fietsers kom ik tegen in de stad Cluis, waar het op dat moment kermis is. Precies dezelfde kermis-uitstraling als bij ons: veel jongelui, veel eten en drinken, schreeuwende muziek en kaartjesverkopers die achter glas wat nonchalant met munten zitten te tikken, af en toe enthousiast door een microfoon brullen en behendig het knoppenpaneel bedienen. De gemeentelijke Refuge Pèlerin is naast de kerk in een Hans-en-Grietjehuis gevestigd. Een pláátje. Als er behalve de vier gasten nog twee Duitse dames arriveren (Wir haben reserviert!!), springt de vlam bijna in de pan. Ik bel de hospitalero en ze komt. Pelgrim Jos helpt de irritatie van de dames wat te bekoelen en als ik met ze spreek over hún Martinusvoettocht naar Tours, pakken ze wat in en besluiten om als twee vriendinnen toch maar op één slaapbank te gaan liggen, in de huiskamer. Totale overnachtingskosten bedragen minimaal € 8,00 . Niet zeuren, pelgrims! 

Als je op de kaart kijkt, zak ik al een aardig eind Frankrijk in: 950 km van Trudy vandaan.

Graag tot deel zeven, komende week!