Dr. Anton Mathijsen

Intro…Dr. Anton Mathijsen, (1805 – 1878) is wereldberoemd geworden met zijn uitvinding van het gipsverband. Hij was arts en heeft zijn hele leven in militaire dienst gewerkt waar hij twee oorlogen meemaakte. Hij kreeg vele onderscheidingen en klom tot aan zijn pensioen op tot de rang van majoor. Hij is nooit getrouwd. Hij werd geboren in Budel op de plaats waar nu de Bonte Os staat. Zijn ouderlijk huis brandde in 1905 af. Hij stierf in Hamont waar hij de laatste drie jaar van zijn leven bij zijn zuster woonde. Zijn graf staat er naast de kerk. Zijn standbeeld staat in Budel aan de Dr. Anton Mathijsenstraat. 

‘Ha Anton, zei ik, omhoogkijkend naar zijn borstbeeld in de Mathijsenstraat, ‘ze hebben je aardig opgeknapt met de hogedrukspuit vorige week.’ ‘Mevrouw,’ zei hij minzaam, ‘met wie heb ik de eer?’ ‘Kent u mij niet meer, ik heb jaren geleden, eind tachtiger jaren van de vorige eeuw, talloze malen met uw borstbeeld rondgesjouwd. En u vele vele plekjes in Budel en Hamont getoond en hoe die waren veranderd na uw overlijden in 1878.’ ‘Help me even,’ zei hij, ‘in welk jaar leven we nu?’ 2022, antwoordde ik. ‘Een jaar van louter verschrikkingen,’ meende de heer majoor Mathijsen. Want behalve een veel geprezen legerarts had hij bij zijn overlijden ook de rang van Majoor verdiend. ‘Hoezo verschrikkingen,’ vroeg ik. ‘Het valt toch wel mee.’ ‘Het geluid van de razende scheurijzers die elk uur van de dag voor mij langssjezen, maakt mij bijkans waanzinnig. Maar,’ vervolgde hij, ‘dat u bent gekomen, betekent dat wellicht dat u met mij weer plekjes gaat bezoeken in mijn geliefde Budel en beminde Hamont?’ Hij keek mij met blij oplichtende ogen aan, voor zover er bij een borstbeeld dat in grauwe steen is uitgevoerd, sprake kan zijn van oplichtende ogen. ‘Check, ik neem u mee. Maar vanavond pas, als ik hulp heb en meer tijd.’

Toen ik hem van zijn onderstuk afhaalde met de hulp van een krachtig manspersoon, was het nog licht. De man tilde hem daarna bij mij in de auto en nam snel en hoofdschuddend afscheid. Ik klikte Mathijsen in zijn veiligheidsgordel zodat hij niet voorover kon donderen en we reden weg. Pas nu drong het tot de uitvinder van het gipsverband door, dat we werkelijk vertrokken waren en hij werd emotioneel. Zijn grijze kleur verdonkerde zich, hij slikte moeilijk en een enkele traan gleed over zijn recent gezandstraalde wang. ‘Wat heerlijk dit en wat hebt u een prachtig hoge automobiel. Ik zie alles. Werkelijk àlles.’ Dit laatste kwam er juichend uit. ‘We rijden nu door de Anton Mathijsenstraat,’ zei ik op busgidsentoon, wel wat hoogdravend voor een eenvoudige Berlingo, ‘aan uw linkerzijde passeren we zodadelijk het Capucijnerplein en worden dan gedwongen om ofwel links ofwel rechts om de markt te gaan. Het Schepenhuis, dat u zich herinnert kan ik u, behalve de achterzijde ervan, vanuit de auto niet meer laten zien.’ Hij scheen vrede te hebben met de hedendaagse verkeersaanpassingen. Plots zei hij met opgetrokken wenkbrauwen:  ‘Maar wat is dat toch waarmee iedereen in zijn handen loopt? Kleine vierkante doosjes lijken het, waarin belangrijke inhoud wordt bewaard. Men tuurt er onafgebroken op. Zijn het wellicht pakjes boter? Smokkelwaar?’ Ik schoot in de lach. Nee, beste dokter, het zijn telefoons. Ik kan u dat nu niet zo gauw uitleggen. Daarmee kan men met anderen  contact houden zonder dat men elkaar hoeft aan te zien.’ ‘Bezit u ook zo’n geheimzinnig doosje?’ vroeg de geleerde en keek mij argwanend aan. ‘En waarom wil men elkaar niet meer aanzien?’ ‘Soms kàn men elkaar niet meer aanzien, bevoorbeeld wanneer de een in Amerika leeft en de ander in Budel. Men kan dan met zo’n doosje toch elkaar aanzien en samen praten.’ Voorlopig moest deze uitleg maar genoeg zijn. ‘Hoe een wonder, hoé een wonder,’ sprak de militaire arts hoofdschuddend, als hij tenminste zijn hoofd had kunnen schudden.

(wordt vervolgd)

Het beeld van Anton Mathijsen werd vrijdag 6 mei schoongemaakt

Reageren? Graag… dat kan via [email protected]