Onderweg naar Santiago: Deel X 

De camino gaat verder en verder. Stap voor stap, kilometer na kilometer, dag na dag. Dagelijks noteer ik de afgelegde afstand en automatisch staat daar het aantal stappen bij. Die dag dat ik de meeste kilometers liep: 47,7 km, bleken dat 57.484 stappen te zijn. Gemiddeld ongeveer 0,8 m per stap. Op dit moment heb ik in 60 dagen totaal 1749,5 km afgelegd. Dat zijn dus om en nabij de 2.186.875 stappen. Deze maandag 30 mei is overigens mijn tweede rustdag, na de eerste in Limoges.

Afgelopen dinsdag, woensdag en donderdag waren de laatste wandeldagen in Frankrijk. Sinds 8 april heb ik door dit land gesjokt en passeer ik nu de grens naar Spanje. Maar vóór het zover is, arriveer ik eerst in de plaats Saint-Jean-Pied-de-Port (SJPdP), een plek die iedere pelgrim kent. Niet alleen omdat het dorpje is uitgeroepen tot één van de mooiste dorpen van Frankrijk, maar vooral omdat het de plaats is waar -als in een trechter- de meeste wandelroutes naar Santiago de Compostela samenkomen. Dat is te merken! Om 16.00 u gaat het pelgrim-informatiekantoor in de hoofdstraat Rue de la Citadelle open. Daar staat een lange tafel met maar liefst 8 stoelen klaar voor pelgrims met vragen. Er wordt veel gebruik van gemaakt: buiten staat regelmatig een file van pelgrims die vanuit de hele wereld informatie willen over de camino. Binnen krijg ik een stempel, een plattegrond van SJPdP met de route voor mórgen en een actuele lijst met overnachtingsadressen voor de komende tocht. De vrijwilligers aan de ándere kant van de tafel doen geweldig werk!

Ik overnacht in een gemoedelijke Auberge: La Vita è Bella, gevuld met uitsluitend pelgrims, die morgen allemaal naar Roncesvalles gaan; via de Pyreneeën naar Spanje. Iedereen is wat gespannen. Naast mij aan tafel een oudere man uit Dublin, die de camino loopt omdat drie jaar geleden zijn huwelijk op de klippen is gelopen. “Ik hoop door de camino de scheiding een plek te kunnen geven.” Hij kijkt wat schichtig rond, want hij is vandaag pas gearriveerd om morgen meteen met het pittigste stuk van de pelgrimage te beginnen. Ik wens hem het beste.. De Pyreneeën wachten.

De volgende dag is het ontbijt om 06.00 u en ‘n uur eerder wordt er al flink gerommeld. Niemand praat, maar is gefocust op het inpakken van de eigen rugzak. Na het eten -het is nog schemerig- verlaat de één na de ander de Albergue, gaat linksaf door de stadspoort en is binnen enkele minuten buiten het dorpje, om via de route Napoleon de mars te beginnen. Ik vraag me af hoe het zal gaan. Zal ik de steile hellingen kunnen halen? Zal het niet te koud zijn? Zullen we in een groepje oversteken? 

Een informatiebord langs de weg zegt dat de col naar Roncesvalles geopend is. Het landschap tekent zich steeds beter af op deze vroege ochtend, maar dan wordt het mistig. Zeer mistig. De afgrond van de steiler wordende hellingen is niet meer te zien. Wel hoor je enkele bellen. Maar of ze van de schapen zijn, de koeien of de paarden, is niet te zeggen. Het wordt steeds kouder en vochtiger. De meegekregen papieren met info over de tocht worden nat en slap. Dan sluit een dame aan uit het Duitse Augsburg. Ze kletst je de oren van je kop. Ze studeerde iets in de gezondheid en heeft door stage veel vakantiedagen opgebouwd. Op een gegeven moment trekken we een jas aan, want de wind wordt sterker en ijskoud. Het voetpad is geasfalteerd, dus geen problemen.

Als een Godsgeschenk staat na anderhalf uur klimmen in de berm een bestelwagen geparkeerd. Je kunt er fruit kopen, maar vooral warme chocomelk. Wat een zaligheid in de striemende kou. Ik warm mijn handen aan de beker en nadien koop ik nog een banaan. Mijn bril blijft constant nat en is niet droog te krijgen. Behoorlijk lastig op glibberige stukken. De klim gaat verder en een aardige Duitse man gaat ook met ons mee. Dat vind ik fijn, want het asfalt houdt op en de weg moet vervolgd worden door weiland. Een foutje is gauw gemaakt. En dan? Af en toe passeert -levensgevaarlijk in de mist- een busje. Ofwel met pelgrims die overgezet worden, ofwel met rugzakken die vooruit gebracht worden naar de overkant van het gebergte. 

Er wordt niet veel gepraat. Links en rechts blijven klokken hoorbaar. Ik heb spijt dat ik mijn handschoenen al terug heb gestuurd, samen met mijn versleten schoenen. Heel even probeert de zon om half negen wat helderheid te brengen, maar het is van korte duur. De vele zwarte slakken in de berm steken af tegen het groen/oranje gras en kruipen met de bekende traagheid verder.

In een grote steen verderop staat gebeiteld dat het nog 765 km is naar Compostela, maar die afstanden neem ik voortaan met een korreltje zout.

Na enkele barre uren over ongelukkige paadjes wordt de afdaling ingezet. Er komen meer loofbomen, de gemsenpaadjes worden breder en de wind is wat gaan liggen. Er verschijnt een kapel uit de mist en voor het eerst staat er in de berm een grijs betonnen zuiltje met daarin de afbeelding van de gele schelp met een bijbehorende gele pijl. ‘n Uur later is de mist weg, is er nog een klein briesje en stap ik binnen in het oude klooster van Roncesvalles. Nederlandse vrijwilligers zwaaien hier de scepter en zorgen dat de vele honderden pelgrims uit de hele wereld hun weg kunnen vinden naar het secretariaat, de slaapzalen, de wasserij enz. enz. Op de zaal waar ik slaap staan ruim 70 bedden twee aan twee afgeschermd van de rest. Van privacy is tijdens de camino geen sprake, of je moet kiezen voor een hotel, voor zover aanwezig.

Via het dorpje Larrasoaña in herberg San Nicolás brengen de gele peilen me in de grote stad Pamplona, bekend van het feest van St.-Fermin. Op die dag lopen de stieren los door de straatjes, niets en niemand ontziend. Vandaag is het zondag en heel veel inwoners zijn op straat. Ontzettend gezellig. De klokken van de kathedraal Santa-María klinken alsof ze onmiddellijk terug moeten naar de klokkengieterij in Asten. Mijn Albergue Plaza Catedral is naast de kerk: een lotje uit de loterij. Vóór het slapengaan nog voldoende tijd om het openbare leven in Pamplona gade te slaan en de looproute van de stieren te volgen naar het eindpunt: de arena ‘Plaza de Toros’.

Graag tot volgende week voor deel 11 van deze unieke pelgrimstocht.