Meditatie

Wij, de schilderessen, en dan schilderessen tussen haakjes van Atelier Rosé, zijn een soort luxe trutten geworden. We schilderen al bijna 3 maanden niet meer. Wel komen we op maandag meestal nog bij elkaar maar alleen om te lunchen. Via onze groepsapp hebben we ons dan al een soort afgemeld: de een zit op Mallorca, de ander in Knokke, een moet op de hond van haar dochter passen en een ander moet met haar man naar een dokter. Dan komt niemand, maar opeens is er dan een appje dat er wel tijd is om om half een even te komen lunchen. (Ja, die uit Mallorca niet natuurlijk). En dat ‘even’ is ook maar betrekkelijk want om half drie zitten ze er nog. Zeker als we buiten in de zon zitten. Dan worden er na de vrolijke begroetingen full time ziektes besproken. Liefst een beetje sjieke ziektes. Een paar weken terug was ik jarig. De maandag daarop kwamen ze allemaal. Lunchen, niet schilderen daarvoor was er geen tijd. Na het cadeaugedeelte en nadat we de nodige roseetjes naar binnen gedreven hadden, begon onze wekelijkse ziektebespreking met een psychologisch tintje. Echte, rauwe ziektes behandelen wij niet. Het hoofdthema was dit keer: hoe in slaap te komen? Ik mediteer voordat ik naar bed ga,  zei iemand en keek ernstig de medisch onderlegde kring rond. Hoe zo mediteren, vroeg een ander. Nou, ik ga in bed liggen en dan doe ik mijn been zo. En ze zwaaide haar been schrijlings langs de reling van de stoel en keek ons aan. Toen deed ze haar ogen dicht en zei: en intussen probeer ik dan aan niks te denken. Dat is mediteren, word ik heel rustig van. Maar ligt je man daar dan niet als je je been uitzwaait? Die gaat wel opzij. Wij probeerden allemaal even hoe dat ging, een been uitzwaaien en aan niks denken. Misschien ook wel goed voor mijn heupoperatie, zei een ander. Ik ga altijd eerst een kwartier in een warm bad en daarna slaap ik als een roosje. Tja, ik schonk iedereen nog maar eens in. Twee hunner hielden de hand boven het glas. Het is ver gekomen met ons. Ik, ik moet aan mijn hart denken, zei onze meest kwetsbare. Als ik me niet zo goed voel, drink ik thee een half uur voor ik naar bed ga en dan zeg ik tegen mijn man dat ie maar ergens anders moet gaan liggen en dan slaap ik zo. En ze benadrukte dat -zo- met pretoogjes. Ja, je hebt er niks aan in bed, beaamde een ander, ze zijn alleen maar lastig. Ze willen altijd net liggen waar jij ligt. Wat doe jij om in slaap te komen vroegen ze mij. O, ik hoef niet per se in slaap te komen, zei ik, ik kijk alleen of er binnen handbereik een klein glaasje rosé op het nachtkastje staat en ga dan Netflixen. En als er dat glaasje ’s morgens nog staat dan  heb ik goed geslapen. Joh! (weer een ander) Ik las trouwens en dat is écht waar dat flessenwater heel slecht is. Gewoon kraanwater is nog beter dan bijna alle flessenwaters. Ja, kijk maar op internet; het is bewezen. Mijn god, huiverde ik theatraal, verschrikkelijk, laten we nog maar gauw zo’n rose fles opendraaien. Ik trakteer. 

Reageren? Graag!  Dat kan via mail guus.van.winkel@pandora.be