Santiago deel XII

Ook de Spaanse Meseta valt nog niet tegen

Na 71 dagen heb ik de magische grens van 2.000 km overschreden, net even buiten Burgos. 

Twee dagen ben ik in deze interessante stad, die terecht trots is op haar kathedraal. Enkele dagen eerder praat ik met een pelgrim-echtpaar uit Sidney. Hij vertelt dat de architect van hun operagebouw een Nederlander is. Zij vindt het jammer dat ze zo weinig van het katholieke geloof merkt tijdens de camino. Ik beloof haar het Ave Maria in een kerk te zingen, zodra we elkaar weer ontmoeten. En laat dat nou net bij de kathedraal in Burgos zijn! Ik betaal mijn entree, krijg een stempel en met drieën lopen we naar een Mariabeeld bij het hoofdaltaar. Het paar neemt achter me plaats en als ik het Ave Maria gezongen heb, zitten ze allebei flink te huilen van emotie. In de zijbeuk beginnen bezoekers te applaudisseren. Het echtpaar droogt de tranen, schudt handen en vertrekt, terwijl ik aan een rondwandeling begin in een prachtige en zeer rijk versierde kathedraal met bijbehorende kloostergebouwen.

De camino gaat verder. Mijn schoenen steken af tegen het zwarte asfalt. Ze zijn zo grijs van het stof, dat het lijkt alsof ik in een cementfabriek heb gewerkt. Onder de bal van mijn voeten ontstaat intussen een dikke laag eelt. Zonder schoenen voelt het aan alsof er een paar strookjes karton onder mijn voeten zitten. Maar mijn onderstel blijft fantastisch zijn best doen! Van bospaden is al tijden geen sprake meer; de voetpaden zijn ofwel half-verhard of van asfalt. Voor het wandelen is daarom nauwelijks inspanning vereist. Bovendien zijn de stijgingen en de afdalingen flauw. 

De route-aanduidingen zijn overduidelijk. Oude betonnen palen met een schelp worden afgewisseld met de blauwe aluminium borden met gele schelp, steevast met vermelding van de regio Castilla y Léon. 

Ik passeer een jongedame uit Scandinavië met oordopjes in. Ze verschiet als ik haar Buen Camino wens.  Enkele fietsers roepen Buen Camino als ze willen passeren.

In de gemeentelijke refuge van Hornillos del Camino gaat een jonge pelgrim door het lint. Hij schreeuwt verschillende keren dat de Albergue helemáál niet goedkoop is. Kost een overnachting tien euro, hij moet ook nog één euro apart betalen voor een overtrek en een sloop. Na de schreeuwpartij sommeert de uitbaatster hem naar buiten te gaan. Even later staan twee mannen van de guardia civil binnen. Een vervelende ervaring. Gelukkig voor mij de eerste tot nu toe. Anderen hebben misschien wel vaker teleurstellingen te verwerken.

Zo kan ik me wel voorstellen dat je je beroerd voelt als je aankomt bij een refuge en die blijkt vol te zijn. Dan moet je verder zoeken. Hoe lang?

En uiteraard de tegenslagen als je lichaam zegt niet verder te willen. Ik zie meer en meer ingepakte knieën, gepleisterde tenen en blarenpleisters. Een enkeling heeft een rode plek op de benen, vermoedelijk van een insectenbeet. Of pelgrims ook psychische tegenslagen te verwerken krijgen, heb ik niet gehoord. Natuurlijk denk ik ook aan verkeersslachtoffers. Ik passeer zaterdag een kruis met de naam van de Nederlandse vrouw Nies Klem, die vanwege een klapband van een auto werd aangereden en overleed. Maar gelukkig arriveren de meer dan 400.000 pelgrims per jaar (2019) succesvol aan de meet in Santiago de Compostela, in de Spaanse regio Galicië.

Gezang

Een jonge gast uit New York pakt in Castrojeriz na het avondeten een Spaanse gitaar van de muur en samen met enkele pelgrims uit o.a. Denemarken, Duitsland en Utrecht klinkt door de Albergue Hey Jude,  Imagine en 500 miles walk. De volgende ochtend vallen er flinke hagelstenen, maar als het ontbijt voorbij is, houdt ook de neerslag op en kan de regencape ingepakt blijven.

Op weg naar Fromista babbel ik met een echtpaar uit Brazilië. Ze willen voor hun history een foto van mij, vanwege de grote afstand die ik al gelopen heb. Tien minuten later zit ik aan tafel in Albergue Juntos van het Nederlandse stel Arno en Carola, in het plaatsje Boadilla del Camino. Ze zijn blij hun droom enkele jaren  geleden waargemaakt te kunnen hebben en runnen nu samen een fraaie pelgrimsherberg. Op het menu staan o.a. pannenkoeken en veganistische gerechten.

Eergisteren laat een Amerikaanse dame haar verrekijker zakken en vraagt: “Wanneer begint de Meseta?” Ik antwoord dat men meestal spreekt over het traject Burgos-Astorga, zo’n 200 km. Het is bekend dat sommigen zich dat stuk met een taxi laten verplaatsen. Een pelgrim uit Lelystad pakt in Burgos een fiets. Sommige mensen  doen erg dramatisch over het gebied, omdat het er heet kan zijn. Ook is er weinig schaduw. ‘s-Morgens kan de temperatuur verraderlijk laag zijn. Al met al opletten dus. Ik bereid me voor door om 06.15 uur te vertrekken en rond lunchtijd op mijn gereserveerde slaapplaats te arriveren. Zo blijf ik de grootste hitte vóór. Uiteraard draag ik mijn pet, zorg steeds voor voldoende voedsel en start met twee liter water. Het is nu maandagavond en heb vanaf Burgos inmiddels 85 km Meseta overbrugd. Tot nu toe is het alles meegevallen. Hopelijk blijft dat zo.

Te voet, per fiets of met een karretje.

Cécile en Vincent lopen de chemin met een karretje, dat Vincent aan zijn heupen heeft bevestigd. Het aanhangertje draagt het grootste deel van de bagage, en het Franse echtpaar heeft er steeds goede moed in. Ook een oudere Duits-sprekende vrouw heeft een karretje. Het is een wandelwagen op drie wielen en vooral bestemd voor de twee kleine hondjes die vrij meelopen. Het wagentje is ook volgepakt met bagage. De vrouw duwt het vehikel voor haar uit, wat bijna niet te doen is. Ik help haar een stuk, tot boven op de berg. Een tenger Chinees madammetje heeft het beter voor elkaar. Regelmatig zie ik haar voorbij fietsen op een soort vouwfietsje. De kleuren van haar tassen is aangepast aan de kleur van de kleding die ze draagt. Af en toe stopt ze, om gezien te worden, zo denk ik. Het zou me ook niet verbazen als er een accu in haar achtertas verborgen zit.

Natuurlijk zijn er ook de gewone fietsers. Ondanks dat er een speciale camino voor hen is, passeren ze ook regelmatig op het voetgangerspad. Maar het merendeel zijn natuurlijk de voetgangers, die terecht bij alle refuges voorrang krijgen om te kunnen blijven slapen. Ik denk dat 90% van hen is vertrokken bij Saint Jean Pied de Port, net vóór de Pyreneeën. 

Het is nu maandagavond, ik verblijf deze nacht achter de tralies van het Clarissenklooster te Carrion de los Condos, met in totaal 2.018 km achter de rug en 74 dagen onderweg. Nog plm 450 naar Santiago en nog plm 100 naar Finistere in de resterende 25 dagen.

Graag tot volgende week voor deel 13.