Het voetbaljargon, een taal in ontwikkeling

REGIO – Sommigen luisteren er met overeind staande nekharen en kromme tenen naar, andere lachen er keihard om: het voetbaljargon. Een taal die desondanks in ontwikkeling is en waaruit veel inspiratie te putten valt. De voetballerij – daar hebben we de eerste term al – bestaat pakweg voor een kwart uit 22 man die achter een bal aanhollen, de gebeurtenissen buiten het veld vormen de reden waarom ‘het spelletje’ volkssport nummer één is. 

Belchinezen
Illegaal gokken op wedstrijden, of op details zoals een inworp in de tweede helft, komt helaas veel voor. De wetgeving is veranderd, zodat het inmiddels meer voor de hand ligt om op een legale manier geld in te zetten. Hier zijn overigens de beste Nederlandse goksites te vinden. Hoe dan ook zorgde de term belchinees in 2009 voor evenveel hilariteit als verbazing. Het woord kreeg zelfs een eigen Wikipedia-pagina. De belchinees gaf informatie over het wedstrijdverloop door aan de Chinese gokmaffia en wordt nog steeds vaak genoemd als er bijvoorbeeld een keeper een opzichtige blunder maakt: “Staat er soms een belchinees op de tribune?” Een belchinees is dus geen maaltijdenbezorgdienst.

Het wereldje is in ieder geval vindingrijk
Er staan op internet tal van lijstjes met voetbaltermen. Waar taalpuristen er met argusogen naar kijken, moet ook geconstateerd worden dat men in dit wereldje in ieder geval vindingrijk is. De bus parkeren is een uitdrukking om aan te geven dat een elftal verdedigend speelt, in gedachten blokkeert de geparkeerde spelersbus het doel. Gert-Jan Verbeek noemde dit schijtbakkenvoetbal, maar interessanter is het ontstaan van cult-trainer Bert Jacobs’ hotseknotsebegoniavoetbal: dit staat voor opportunistisch en rommelig spel. Dan is er nog de ziekenhuisbal, de pass die precies tussen twee tegenstanders in is geplaatst en vaak een botsing tot gevolg heeft. De mooiste is misschien wel de term brilstand: 0-0.

Derksen en Gijp
De meest besproken voetbalanalist van Nederland en omstreken, Johan Derksen, houdt er zijn eigen oubollige taaltje op na. Tijdens uitzendingen van Vandaag Inside of een variant daarop, houden veel kijkers hun uitgeprinte Johan Derksen-bingokaart in de aanslag. Een ‘bruikbare speler’ kan zomaar een ‘notoire dorpsidioot/luchtfietser’ worden, een ‘Mr. Big Star’ is een ‘ijdeltuit waar een paard de hik van krijgt’ en een vrouwelijk KNVB-kopstuk is ‘die juffrouw die er helemaal niks van begrepen heeft’. Zijn collega Gijp verstaat vooral de kracht van de overdrijving. Een bal die over het doel vliegt ‘belandt op P3’, een snelle speler is ‘op de brommer’ en zijn grap over hoe de kleine Wesley Sneijder in zijn Hummer rijdt is alom bekend: “Het schijnt dat ie geen kussentje heeft, maar dat ie stáát!”. Het gaat dan al allang niet meer over voetbal, maar het is wel de grenzeloze creativiteit waar kijkers van genieten. De award voor mooiste uitdrukking zou echter gaan naar hun tafelgenoot Wim Kieft: over een voetballer die arrogant, verwaand en megalomaan gedrag vertoont, zegt Kieft steevast dat hij ‘een beetje te veel in zichzelf is gaan geloven’.