Fanmail (vervolg)

Mijmerend over ‘mien aaw Buderport’ brei ik nostalgisch het tweede stukje aan mijn column van 25 juni jongstleden. Door ‘fanmail’ van Vera borrelen meer herinneringen op over het tweede derde van de Budelpoort tijdens de laatste decennia van de 20ste eeuw. 

Rechts, op nr. 10 (?), baatte Anneke een kruidenierswinkeltje uit. Later woonde er de familie Winters, Jaak met zijn minzame Duits sprekende vrouw en hun dochter Marquitta (in Hamont een unieke voornaam). Ernaast de Honings(en): een oudere nonkel met zijn twee nichten naaisters. Zij hadden een telefoon, waar je met je vinger nummers moest draaien, door verschillende buren gebruikt. ‘Nieje, nè dien vinger, mer ’t apperoat’. Zij hadden al vroeg een televisie waar ik naar ‘Bonanza’ mocht kijken. ‘Ich haaw ‘r geir ’n stieve nek vur over.’ In een huisje tegenover woonde amechtige Guust, verver, met Anna en Zulma. Sigaretten rolde hij zelf. Zijn ‘bezabberde’ peuken spuugde hij weg. Soms raapte ik die op, maar ‘dan kreeg ich  ferm ovver mien nui van ozze pa’. Daarnaast woonden veldwachter Willekens, een broer van mijn moeder, mijn peter trouwens, en zijn echtgenote: ‘Noonke Janus en taante Lisa’. Ik had ontzag tot schrik voor hem als hij, soms in vol ornaat, tijdens de winteravonden voor een sigaar, een neut en warmte in de zetel naast onze Leuvense stoof neerstreek in mijn ouderlijk huis, op nummer 19, ‘de slachterij’ van Jaak en Lieske Beks- Willekens. Naast ons woonde eerst ‘mèster Giel Heuts’, die me op zijn fietsstang meevoerde ‘nô ’t urste studiejoar ôn d’ aaw Zjendermerij op de hoek van de Burg en de Achelpôrt’. Later kwamen daar op nr. 21 Sjang en Marie Van Vlierden wonen. Van Sjang was ik bang. Als een bal over de schutting vloog, riep ie: “Nondedjuuu, ich snij h’m keppot!” Tegenover lag ik jarenlang bloot in de vitrine van fotograaf Gerard Stevens. Op een foto welteverstaan. ‘Of was ’t os Zjaksken op dê schopsvel…?’ Na de oogsttijd knutselden we met Alex papieren vliegers. Soms landde zo ’n kustwerk op een koeienvlaai in de wei achter ons huis. Navenant: jolijt, ergernis en afgrijzen! Naast de fotograaf woonden Jef en Anneke Boonen, bovenste beste buren, met hun sigarenmakerij ‘Boonico’ annex tabakswinkeltje. Voor de paters van Kattenbos (Lommel), waar ik in hun juvenaat mijn klassieke humaniora, mocht ik soms een dozijn dozen ‘Boonico-cigarillo’s halen en een vluchtig thuisbezoekje doen’. Recht tegenover woonde eerst bakker Van Deurzen, later het gezin Evers-Dekkers. Op school noemde hun zoontje van kindsbeen af zichzelf altijd voluit: ‘Jefke Èvers-Dèkkers’. Miet, zijn moeder, vervulde voor mijn oude ma zowaar de rol van privé-verpleegster, met raad en daad!’ Naast ‘Miet-van-den-Dèkker’  woonde drankleverancier ‘Brouwer’ Harry Bergs met zijn gezin.

Hun dochter Vera zette me aan tot dit aandenken over een stukje Budelpoortverleden… 

 (Harrie Beks – Hamont, zaterdag 09.07.22)