Rust bij onze tuinzangers

Onze zangvogels zoals de lijster, merel, roodborst etc. hebben het een tijdje wel heel druk gehad en gaan nu even met vakantie. Ze hebben hun best gedaan voor een partner te zoeken, ze hebben nesten gebouwd en kinderen groot gebracht, soms wel 10 stuks en sommige zangvogels hebben 2 broedsels. Dus de maand april en mei zijn hele drukke periodes voor de vogels in onze parken en tuinen. Maar nu is het rust en dat is eind juli en augustus ook al direct te merken. Het is rustiger in de tuinen met zingen en vroeg in de morgen zal de lijster en de merel zich ook niet meer zo vaak melden. Ook zijn enkele vogels weer vertrokken op reis naar hun winterverblijf ergens in het zuiden van Europa en zelfs in Afrika. Maar voordat ze aan deze reis beginnen hebben ze het nog even druk want hun versleten verenpak moet weer eerst helemaal in orde gebracht worden en deze periode heet in de vogelwereld ‘De Rui’.

Vanaf eind maart tot zeker eind augustus kunnen we allemaal volop genieten van de zang en andere activiteiten van onze tuinvogels maar dat wil niet zeggen dat het nu helemaal stopt. Veel vogels trekken naar het zuiden maar vanaf de Scandinavische landen komen er ook weer veel deze kant op en overwinteren dan in ons land. Vogeltellingen hebben geconstateerd dat ook veel vogels die vroeger naar het zuiden gingen ook hier in Nederland blijven voor te overwinteren dit i.v.m. het zachte winterklimaat van de laatste decennia. Neem nou als voorbeeld de ooievaar en de lepelaar. Het was ondenkbaar dat deze voor 30 jaar terug tijdens de winterperiode hier in Nederland bleven maar nu kan het zo maar zijn dat ze de Kerst hier vieren ergens in Nederland. Maar onze kleine zangvogels zoals de veldleeuwerik, zwartkop, tjiftjaf en de roodborst tapuit zijn in de winter vaste gasten aan het worden. En er is ook  onder ons geen verbazing meer als we de kieviten in de winterdag overal kunnen waarnemen. 

 De Grauwe gans heeft ons al jaren geleden ontdekt als een land om te blijven ook tijdens de winter  want dankzij de moderne landbouw blijven de graslanden voor de ganzen een voedselrijke bron dus wordt het aantal blijvers steeds groter. Maar ook veel andere soorten ganzen zien het voordeel van deze gedekte tafel in een steeds milder wordend klimaat

Wat je heel zeker niet zult aantreffen zijn de koekoeken, de gierzwaluwen en de wielewaal  deze zijn met nog enkele andere al heel vroeg en vaak vlak na het broedseizoen vertrokken naar het warme Afrika. Zij zijn ook voornamelijk insecteneters en daar is in de winter toch wel schaarste aan en dat risico willen ze vooralsnog niet nemen. Maar kijken we een periode van 30 jaar vooruit dan is de mogelijkheid heel goed aanwezig dat ook deze vogels de winterperiode in Nederland doorbrengen mits onze insecten populatie weer op peil gaat komen.

Lang leve de klimaatverandering is een opmerking die we dus met zijn allen liever niet zouden moeten maken.

Info  Harrie Hegge. h.hegge1@chello.nl

Vogelwerkgroep IVN Cranendonck

Foto Gans  Pixabay 

Foto Koekoek foto Toon van Kessel.