Mayo

Drie vrienden zijn er nu hier bij mij in Frankrijk. Leden van de bridgeclub uit Weert, waarvan ik dus ook lid ben. De bedoeling is dat we de hele dag bridgen, waar en wanneer het kan. Binnen, buiten, overdag, ’s avonds, ’s nachts maar vooral overdag en uiteraard in de schaduw. Eten koken  schiet er bij in natuurlijk, hoewel vorig jaar, zelfde formule, had deze of gene toch zin om eens een keertje lekker voor ons allemaal te koken. Wij zeggen dan geen nee. Maar dit jaar is het zo heet, niemand heeft er de puf voor. Dus gaan we maar steeds uit eten. Ze kennen de restaurantjes in de buurt inmiddels ook, maar de echte eigenaardigheden van de Franse restaurants zoals het niet hebben van mayonaise bij de frietgerechten,  dat zijn ze ieder jaar toch weer vergeten. Vroeger, een jaar of twintig terug vonden ze dat belachelijk in een restaurant, mayonaise op friet, foei. Zout moet daarop.  Anders niks. Niet erg, ik had altijd een tube mayo in m’n tas. Tegenwoordig zetten de Fransen wijs geworden door al die Hollanders en Belgen een glaasje met daarin de allerdunst mogelijke plastic omhulseltjes waarin zich mosterd of mayonaise bevindt en natuurlijk ketchup. Maar zie die maar eens open te krijgen. Er loopt een stippellijntje over een van de hoekjes, van ongeveer 1,5 cm, de breedte van het pakje. Dat moet je open scheuren. Ik zat tegenover iemand van ons die ermee worstelde. Hij kneep het zakje zowat fijn, fronste er kwaad naar en probeerde het toen met z’n tanden. Het ging niet open. ‘Wat is dit hier voor een land?’ zei hij boos. ‘Dit is Frankrijk’, zei ik liefjes, ‘het land van de zielige mayonaise.’ Hij greep een mes en probeerde het open te snijden. Wacht maar, zei ik, dat gaat niet met een mes door dat plastic. Ik haalde een klein schaartje uit mijn tas. Ervaring. Ik ga nooit zonder de nodige gereedschappen en aanvullingen meer naar een restaurant hier. Dankbaar nam hij het aan. Hij knipte het open. Een klein kringeltje mayo drukte hij op z’n bord. Net genoeg voor 2 frietjes. Laat dat schaartje hier maar liggen zei hij toen en greep een volgend blauw zakje, meteen het laatste. De rest was mosterd. Moest ik weer bijvragen aan het meisje dat bediende. Ik keek rond en zag haar wel rennen maar ze kijken nooit echt. Ik ken dat. Uren gaat dat duren. Dus stond ik op, liep langs de tafeltjes, we zaten buiten, en waar ik nog glazen schaaltjes met blauw erin zag vroeg ik met mijn vriendelijkste glimlach aan de mensen die daar zaten te eten of ik een paar van die blauwe zakjes mocht lenen. Haha, lenen, die zagen ze nooit meer terug natuurlijk. Meestal mag dat. Soms niet. Kijken ze je alleen maar vuil aan. Er is ook een restaurant in het dorpje waar ik dus altijd kom waar de eigenaar altijd meteen een enorme tube mayonaise op tafel legt, al voor ik besteld heb. Zeker als ik mensen bij me heb. Dat zijn de goei. Dan zie je ze kijken, o Hollanders. 

Maar die dag had ik dus iets besteld waar geen mayonaise bij hoefde. Iets anders. Chinese restaurants zijn er amper in de streek in Frankrijk waar ik kom. Ik denk dat er in de hele Ardèche hooguit 2 te vinden zijn. In een grote stad. Maar goed, ik kreeg mijn bestelde spaghetti piccante die dus niet pikant was. We zaten voor de afwisseling weer eens in een pizzeria. ‘Smaakt het ergens naar,’ vroeg een van ons aan mij, ‘is het pittig?’ ‘Nee, natuurlijk niet,’ zei ik, ‘maar daar heb ik weer wat anders voor meegenomen. Zit standaard in mijn tas.’ Ik zette een klein potje op tafel. Juist, sambal bai.

Reageren? Graag!  Dat kan via mail [email protected]