‘De weg geeft je echt wat je nodig hebt’

BUDEL-DORPLEIN – Maurice Pols heeft de pelgrimstocht naar Santiago gelopen vanuit zijn woonplaats Budel-Dorplein. Deze 27-jarige kwam vrij impulsief op het idee en vertrok op 9 maart vrijwel zonder voorbereiding. Na dit avontuur van 98 dagen is hij behoorlijk wat levenslessen rijker geworden, maar opvallend is ook zijn nuchter- en eigenwijsheid. “Bij mij ging het niet om de weg ernaartoe, maar puur het doel: die kathedraal aantikken.”

Door Bert Slenders

Wat bezielt een jongeman die niet van wandelen houdt, om zijn baan op te zeggen en 2500 kilometer te gaan lopen? Maurice legt uit dat dit idee met zijn ex te maken heeft. “Het liep tussen ons niet zo goed en zij was de pelgrimstocht aan het lopen. Ze zei: ‘Misschien zou het goed voor jou zijn als je ook naar Santiago gaat lopen’. En zo ontstond bij de van oorsprong Utrechter een uitdaging. 

“In eerste instantie was ik van plan om naar Azië te gaan, mijn baan had ik al opgezegd. Ik zocht een uitdaging, om er even helemaal uit te zijn.”

Aanvankelijk besloot hij om eerst wat wandelconditie thuis op te bouwen, maar dat was van korte duur omdat hij dat maar saai vond. “Toen ik drie keer tien kilometer hier thuis had gelopen zat het opeens in mijn hoofd: Ik ga naar Santiago lopen en tik die kathedraal aan. Het enige wat je moet doen is lopen.” En zo vertrok hij met een 17-kilo wegende verpakking te voet naar Spanje. De eerste 800 kilometer liep hij alleen en tijdens dit eerste stuk kwamen de eerste uitdagingen. Zo bivakeerde hij met zijn tentje in de bossen en telde hij op de veertiende dag 14 blaren op zijn voeten. “Ik liep er bij als een pinguïn, ik kon eigenlijk geen stap meer zetten maar toch wilde ik niet mee met mijn vader die me een ritje aanbod naar de volgende stop.”

Hoewel de rust en vrijheid van het alleen wandelen Maurice prima beviel, was het fijn om later steeds met andere wandelaars te lopen. “Je leert mensen op een hele leuke manier kennen, doordat je praat en wandelt terwijl je hetzelfde doel hebt. Ik kwam overigens veel Koreanen, Amerikanen en mensen met veel geld tegen, zoals multimiljonairs en advocaten.” Toevalligerwijs kwam hij ook Evert Meijs tegen tijdens zijn tocht. In Frankrijk besloot Maurice om een kleine twee weken terug te keren vanwege het overlijden van zijn opa. “Ik twijfelde wel, want ik wilde de tocht eigenlijk in een ruk uitlopen, maar ik had hier geen spijt van.” Teruggekeerd met wandelstokken en meer ruimte in zijn tas doordat zijn tent nu niet meer nodig was, ging het lopen vlotter. “Door die stokken kun je veel constanter lopen. Ik had verder niks aan mijn kop en voelde me nooit eenzaam tijdens de reis, omdat ik ervoer dat god (Maurice is protestants, red.) met mij onderweg was.” 

Een belangrijk stukje bezinning kwam in een stuk bos waar hij 20 kilometer lang alleen liep. “Ik stond in het bos letterlijk even stil en voelde de dankbaarheid voor mensen in mijn leven en voelde spijt voor bepaalde dingen die ik heb gedaan. Ik stond daar wel even met tranen en besefte dat ik aan een hele reis was begonnen.” Met concrete doelen stellen had hij wel eens moeite, maar met de pelgrimstocht was dit heel simpel: “Iedere stap brengt je dichterbij het einddoel. Ik heb ook geleerd dat het niet uitmaakt wat er gebeurt, je moet gewoon doorgaan. Ook al lig je in je tentje terwijl het stortregent en je overal spierpijn hebt, je moet gewoon gaan, gaan, gaan.” 

En zo bereikte hij uiteindelijk in topfitte conditie van al het lopen zijn eindbestemming. Een behoorlijke hobbel weerhield hem daar niet van. Zo zat hij vier dagen met flinke koorts in een hotel, omdat hij een zonnesteek opliep tijdens een woestijnachtige tocht waarbij het veertig graden was. Hij viel acht kilo af, maar herpakte zich daarna weer. 

Hoewel hij zelf de tocht niet nog eens zou lopen, raadt hij hem wel aan. “Het is echt een mooie uitdaging, zeker als je van wandelen houdt. Iedereen krijgt de uitdaging op zijn eigen manier, want de weg geeft je echt wat je nodig hebt.”