Malcontenten

Geschiedkundig zijn ‘Malcontenten’ katholieke edelen. In 1577 kozen zij tijdens de ‘Tachtigjarige Oorlog’ voor de contrareformatie onder de Spaanse koning Filips II. De gereformeerde calvinisten noemden hen spottend ‘Paternosterknechten’. Taalkundig zijn malcontenten echter niets meer of minder dan ontevredenen. Liesbeth List en Ramses Shaffy vereeuwigden hun onbevredigd verlangen naar tevredenheid in hun prachtig duet: “Het gras zal altijd groener zijn aan de andere kant van de heuvels…” 

Op het einde van een schooljaar in de jaren 90 kreeg ik van een leerling ooit een beeldje. Na wat opzoekwerk bleek dat beeldje ‘De Contente Mens’ voor te stellen. Het is een kleinere replica in kunsthars van een bronzen beeldhouwwerk uit 1957 van de hand van kunstenaar Richard Bertels, geïnspireerd door het Eerselse volkslied, met als refrein: 

In Eersel is ‘ne mens content,

vio-viola-violier,

want ès ge in dè dörpke bent,

dan hedde veul plezier…

In het lied (1948) wordt de volksaard van de Noord-Brabantse mensen in het Kempenland verheerlijkt. Lange tijd ploeterden hier keuterboerkes op dor zandige akkers om eindjes aan elkaar geknoopt te krijgen. Maar klagen stond niet in hun dictionaire…; zij hadden zelfs geen woordenboek…! ‘Eenschaars’ ploegden ze voort. Om met weidse gebaren en brede schreden hun boekweit en hun rogge tijdig in te zaaien. Ondanks schrale oogst en karig gewin bleven de gemoedelijke Kempenaren tevreden. Zonder mopperen. Defaitistisch… 

In overvoed lijkt tevredenheid wel een gebrek, een ondeugd. Zelfs gemeenteraadsleden weten geen raad met contentement, met eigen keuzes uiteindelijk. Aan de toog monkelde ‘Fred met de pet’ tussen schuim en nat gezapig: “’t Is godgeklacht, mer och  in Hamut, veraanderen die polletiekers van tiggeworrig van partij as van onderboks, proper en / of onnut, mê / of zonder gullup..!” Aan de spoelbak vulde ‘To mê hurre peentenplumo’ gretig kwetterend aan: “Zoe joonk,  zoe onbestendig! Zjuust weendhoanen: daan huut, daan haeir…, daan nô boven, daan nô onder, daan tot halleverwege…, daan noord, daan zuid, daan oost, daan west…, daan joa, daan nieje…! Wa is ’t nou eigeluk…?” Retorisch dacht ik: “Mier daan wispelturig, veul mier. Ieder, mier manisch malcontent…” In ontevredenheid woekert die hunker naar verandering, naar wantrouwen, naar revolutie, naar afbraak! 

Of, met teveel te weinig tevree…

(Harrie Beks – Hamont, zondag 24.07.22)