Honds 

Vlakbij het ‘Treeskapelleke’ op de Mulk in Hamont prijkte lang laag in de wegberm een kaartje met daarop in drukletters de tekst: WIJ HOUDEN WEL VAN UW HOND MAAR NIET VAN ZIJN STRONT. OPRUIMEN A.U.B.” Een liefelijke, maar dwingende mededeling tussen een aardig aantal forse hondendrollen. Bij iedere lezing dwaalden mijn gedachten af naar Stans en haar hondse anekdootje.

Stans, 84 nu, woonde in de buurt. Nog jong, te jong, werd ze plots weduwe. Nadat al haar kinderen de deur waren uitgevlogen, werd haar huis te ruim, te leeg vooral. Ze verkaste naar een flat. Niet zomaar een appartement, maar meer een residentie, eigenlijk minder voor gewezen huisvrouwen maar meer voor minstens gewaande elite-op-rust. Als ik haar plaag met: “C’ est si chique ici, madame Constance,” reageert ze: “Sèèg, Harrie, in un krot of in un kastiejl: ich bin en ich blief Stans. Gewoeneweg Stans!”

Haar balkon deelt Stans met haar buren, een Hollands koppel, Joop en Hennie (Hennie met een ander soort balkon). Naast papegaai Lorre hoort ook Teesje, een speels Maltees hondje met wit kroeshaar, bij dit stel. Enkele weken geleden zaten ze samen gezellig op het bordes te genieten bij het slurpen aan een bakje troost. Weldadig scheen de zon boven de parasol. Een lauw briesje friemelde aan de franjes van het zonnescherm en vernevelde in vlagen de geur van geraniumbloesems. Voor Malteesje Teesje werd het al rap te warm. Via een kier glipte het hondje naar schaduw in de zitkamer. In de koelte en gebroken middaglicht vond het de rust voor een dutje op het superzachte berber vloermatje. Na de koffie bood Stans haar buren nog een frisse expo aan. Nog maar net verdween ze in haar salon of Joop en Hennie schrokken van haar roepen: “Ooaah, miene Pers…! Lèlleke voelderik, turroewt gi en gaaw!” Nog in dezelfde seconde sjeesde Teesje junkerend het terras op om in een hoekje weg te vluchten onder erbarmelijk gejank. Binnen begreep Hennie de catastrofe: een drol op het vloerkleedje. ‘Schijt op Stans tapijt’! Joop zakte verder weg in de ligstoel en veronderstelde van zichzelf dat hij sliep. Goddank, nuchter beschouwd, was de substantie nogal compact en vast. Met een dubbel vel keukenpapier bracht Stans, haar neus tussen haar linkerduim en –wijsvinger gekneld, het misbaksel van het vloerkleedje over naar de closetpot. Ze spoelde door. In volle overgave, dubbel! Ondertussen hanteerde Hennie met precisie een quasi eindeloze spuitbus lavendel-aerospray. Uiteindelijk relativeerde Stans toch nog de situatie: “Mêr al goe dêttie nè op miene schoewt zaat te schie…, te dowwen…!”

Lang hing een vreemd parfum in Stans’ living, een soort ‘Chanel de Chien de Lavande…’

(Harrie Beks – Hamont, zaterdag 06.08.22)