Opvangcentrum

Dit stond er op het briefje dat ik voor de vier mannen en een vrouw die twee weken kwamen om vakantie te vieren en te bridgen, op de koelkast had geplakt:

“Niemand mag ooit nog een pot augurken in de koelkast achterlaten en zelf naar huis gaan”. Ieder jaar opnieuw vind ik als ik zelf naar huis ga en zij al lang weg zijn een nagenoeg volle pot augurken in de koelkast. De grootste maat die er is. Ik haat augurken. En ieder jaar opnieuw weet ik niet wat ik ermee moet doen. Bewaren of weggooien? Sta ik tandenknarsend met zo’n gore pot in m’n handen, dus dit jaar dacht ik: waarschuwing op voorhand, want ja, de mannen doen altijd de boodschappen, ik hoef niks te doen, dat kan geen kwaad dus. Vandaar dat briefje. Hebben ze hartelijk om gelachen en nee, dus geen augurken dit jaar. Maar wat iedereen hier altijd achterlaat dat is vreselijk. Ik heb een opvangcentrum voor zonnehoeden en kan een zonnehoedenwinkeltje beginnen. Ik heb er inmiddels 9, inclusief die van mezelf. App ik ze: Je hebt hier wel je zonnehoed laten liggen. O, dat geeft niks, mag je houden, ik koop volgend jaar wel een nieuwe. Er liggen er 5 op de kapstok die niet van mij zijn. Twee hangen er aan weerszijden van een gordijnroede op een van de slaapkamers en twee slingeren er door de kamer hier waar ik geen raad mee weet. Gelukkig hebben ze ook rosé achter gelaten en daar weet ik wél raad mee. Het lijkt hier ook wel een asiel voor textiele goederen. In de loop der jaren vond ik onder het bed tweemaal een onderbroek, een wollen mutsje, een t-shirt, een boxershort en van de week kroop er nog een eenzame herensok uit de wasmachine. Een sok van stand was het. Foto gemaakt en doorgeappt. De sokkenverliezer meldde zich meteen. ‘Op één sok kan ik niet staan’, schreef hij nog.  Dit jaar brachten ze weer een senseoapparaat mee. Dat doen ze bijna ieder jaar. Dat betekent dat ik het goedwerkende apparaat dat hier al stond beneden ergens op een slaapkamer neer heb moeten zetten, wegens plaatsgebrek in de keuken boven. In de andere keuken beneden staat er al een, dat van de keer daarvoor. Maar dit senseoapparaat was dan volgens hun geweldig, want het was zo groot, er kon ook een echte pot koffie voor 4 personen mee gezet worden. Pot gebruikte niemand, die staat hier gewoon in de weg. Iedereen zette gewoon één kopje. Elektrische vliegenvanger heb ik in de kelder moeten zetten wegens doodsangst bij de honden iedere keer als er met een harde knetter een vlieg tegenaan vloog. Drie jaar heeft er hier een oplaadbare accu in een la gelegen, heel nuttig voor als ik geen stroom zou hebben. Ik weet niet hoe ik dat ding moet gebruiken maar het ligt er nog en je weet maar nooit. Een drietal paraplu’s in de loop der jaren, die staan allemaal beneden onder ‘de bogen’. Geen drup gezien. Zwembroeken, handdoeken, ik kan ze niet meer kwijt. Dit jaar bracht er trouwens iemand een uit drie enorme delen bestaande set glasgordijnen mee, die voor de ingang van het prieeltje werden opgehangen, tegen de vliegen. Het werkte goed hoor, daar niet van. Er kwam amper een vlieg of ander insect nog binnen. Gingen ze naar huis. Wat moet ik met die gordijnen doen, vroeg ik nog. O, laat maar hangen, goed voor volgend jaar is het lakonieke antwoord. Het is geen gezicht dus ik heb ze met behulp van de bovenbuurvrouw een paar dagen geleden afgehaald en god weet waar ergens opgeborgen. Marie ligt altijd in het prieeltje, lekker koel en steeds zag ik haar staartje nog net tussen de witte glasgordijnen verdwijnen. Nu zie ik haar weer liggen. 

Volgend jaar ga ik strenger optreden. Dan moeten ze alles, ja àlles weer mee terugnemen wat ze hebben meegebracht. Ik zal een paar kleine uitzonderingen maken voor stroop, stroopwafels en voor drank. Speciaal rosé. 

Reageren? Graag!  Dat kan via mail guus.van.winkel@pandora.be