Begrafenis

Als u dit leest ben ik al weer thuis. Vol heimwee naar het zonnige mooie Frankrijk. In één dag ben ik teruggereden, alleen, met de twee honden achterin. Onderweg overpeinzend wat ik allemaal mee heb gemaakt in die drie maanden van hitte. Het meest verse in mijn geheugen ligt de begrafenis van de oudste originele inwoner van Ladou, ons kleine quartier dat bij het dorpje waar het kerkje staat hoort. Dat was iets meer dan een week geleden. Hij woont in een boerderij, op een bergtop, het hoogst gelegen van ons allemaal. Van mijn huis uit beneden kan ik hem zien, althans zijn huis, maar er naar toe lopen kost toch een klein kwartiertje. Ik werd persoonlijk door de weduwe en de dochter van zijn eerste vrouw uitgenodigd voor de begrafenis en de lunch na afloop in zijn woning. Ik ging er naar toe samen met een bevriend Nederlands echtpaar dat daar ook al 40 jaar woont. Ook buren dus. Zoals alle dagen was het snikheet. Toch had ik uit eerbied voor de dode voor de eerste keer die zomer, mijn beste, een donkerblauwe spijkerbroek aangetrokken en een keurig t-shirt met lange mouwen. Daarover voor de nettigheid nog een sjaal gedrapeerd. Buiten het kleine dorpskerkje ging het nog wel, kwa hitte, maar toen we eenmaal binnen zaten was het loeiheet want achter in de kerk werden de deuren gesloten. Daar stonden ook de mannen want er waren geen zitplaatsen meer. Het begon zoals hier bij ons ook met een serie toespraken met niets dan lof over de doden waar ik geen woord van verstond. De akoestiek leek nergens op  en het bulderende geluid dat de microfoons veroorzaakten, maakte helemaal alles onverstaanbaar. Als enig verstaanbare  meende ik het woord ‘charcuterie’ op te vangen, maar dat zal wel niet kloppen. De pastoor leidde het hele zaakje, blij dat hij eindelijk weer eens een kazuifel aan kon doen. Wij zaten iets voorbij het midden van het altaar uit gezien. Het was een kinderlijk eenvoudig uitgerust kerkje met aan de rechter zijkant een uitbouw voor Maria met een apart altaar waarin zij haar eigen praktijk begonnen was. Vooral veel wapperende kaarsjes en theelichtjes getuigden van de vrome welwillendheid van de inwoners ten opzichte van haar. Links van mij was een marmeren steen in de muur onder laatste statie, waarin alle namen van de in het dorpje gesneuvelde inwoners gebeitst waren. Uit beide wereldoorlogen. Allemaal jongens en mannen van twintig of nog jonger die hun leven gegeven hadden voor Frankrijk.  Bekende familienamen uit het dorp. Daaronder de mannen die vermist waren, nooit teruggekeerd. We hadden het heet. Voor mij trok een dame steels haar vestje uit, achter en opzij van mij werd er met de kerkblaadjes waarop de spiekteksten stonden, op z’n Spaanse waaiers’ gewapperd. Alles bijeen duurde het een uur. Het mooist was eigenlijk toen we uit de kerk kwamen en de 30 graden buiten verkwikkend leken, dat we achter de begrafenisauto auto aan lopend de 200 meter lange afstand naar het kleine kerkhofje aflegden. Dat ging over de volle breedte van het nauwe straatje en in de schommelende gang van kerkgangers die van links naar rechts schuifelen. Langzaam dus. Er kon geen auto door. Aan beide kanten niet, zeker tien minuten. Er waren zeker 150 mensen die meeliepen naar het kerkhof. Daar gooiden we uiteindelijk uit een mand een handvol gedroogde bloemen op de kist. Met de auto naar ons buurtwijkje, anderhalve kilometer terug. Uitgenodigd waren alleen familie, vrienden en wij Nederlandse buren die hem al meer dan zijn halve leven kenden. We parkeerden links en rechts in bermen en weiden en liepen het laatste stuk naar het huis dat velen als het mooiste van het dorp beschouwen. Er waren onder platanen geschoven lange tafels, waarin familie, kinderen en kleinkinderen voor voedsel en drank gezorgd hadden. Op slag was er een feestelijke stemming. Alleen de weduwe, van tijd tot tijd nog steeds in tranen, maar desondanks met een knuffel voor iedereen wekte nog de gedachte aan een begrafenis op. Voor de rest: een feestje. Eindelijk, met een stuk eigengemaakte guiche in mijn hand en een bekertje wijn in de andere raakte ik in gesprek met de dorpsschaapherder waarvan ik al die jaren gedacht had dat hij alleen maar kon zwaaien, en niet spreken. Dit overdacht ik allemaal op de terugreis, in alle stilte omdat ik nog steeds de nieuwe uitvoering van mijn auto om muziek te draaien niet snap. CD_speler zit er niet meer in. Ik haat echt die moderne technieken. Maar mijn geheugen gaat er op vooruit. Is da wa? Zou mijn dochter zeggen.

Reageren? Graag!  Dat kan via mail guus.van.winkel@pandora.be