Simo

Ik had hier liever een vrolijk opgewekt stuk geschreven. En ik wist eigenlijk ook niet of ik er wel over moest beginnen, zo op dierendag of daaromtrent. Maar ik kan niet anders, ik denk er steeds aan. Mijn lieve hond Simo is overleden. Er was geen dokteren meer aan. In Frankrijk was hij nog aardig goed maar eind juni had hij opeens een diepe wond in zijn zij, vlak achter zijn elleboog. De dierenarts daar opereerde hem en gaf voortreffelijke nazorg. Hij liep 2 weken met de kap op. Pillen, injecties, een drain, zalf en spray. Tegelijkertijd was het bloedheet, alsmaar over de 35 graden. Dus het was niet vreemd dat hij hijgde tijdens het uitlaten. In juli knapte hij aardig op en ook in augustus liep hij nog aardig mee, maar steeds vaker haakte hij af bij wat langere wandelingen. Hij kreeg ook nog iedere maand een injectie tegen artrose en hij liep inderdaad een stuk beter. Maar soms, eigenlijk steeds vaker, kwam hij naar me toe, legde zijn kop in mijn hand en keek me aan, lang, zoals een mens soms kijkt naar een ander mens, diep in de ogen. Hij wil je iets zeggen, zei iemand die daar bij was. Hij at en dronk, dat wel, maar steeds minder en hij viel af, was erg moe, sliep de hele dag. Toen ik terugreed naar België zat hij samen met Marie, mijn andere hond in de auto, die hele lange rit. Airco, af en toe eruit, drinken. Het ging goed. Hier in Hamont was het ineens koud, het scheelde meer dan 10 graden. Steeds vaker wilde hij niet meer mee lopen en hij at amper. Op een avond bleef hij liggen in zijn favoriete hondenmand, zijn vaste plekje: de achterklep van de auto. Ik probeerde hem eruit te praten maar hij keek me niet aan en hijgde alleen, hij at en dronk niet. Dus ging ik bij hem achter in de auto zitten en keek naar zijn deerniswekkend ingevallen lichaam en treurige hijgen. Een uur zat ik zo bij hem en besloot dat het genoeg was geweest. De volgende dag zou ik hem laten inslapen. Ik liet hem in de auto liggen en ging naar bed. Ik sliep niet. Drie maal ging ik kijken of het al wat beter was. Maar nee. De volgende morgen keek hij monter uit zijn ogen sprong uit de bak en at uit mijn hand gulzig een paar brokjes. We gingen naar de dierenarts, mijn vriendin ging mee en samen tilden we hem naar binnen. Binnen twijfelde ik weer. Stel dat er nog iets verholpen kon worden met een pil of injectie? Hij liep ook weer. Ik kon mijn lieve Simo gewoon nog niet missen. De liefste, rustigste, vrolijkste, nee dat niet, maar wel betrouwbaarste hond die ik ooit gehad heb. Nergens heb ik me zo aan gehecht als aan hem. De dierenarts nam bloed af voor de bloedwaarden te checken. Na een paar uur belde ze, het was dramatisch slecht. Ernstig nierfalen was het ergst. Bijna alle waarden stonden in het rood. De hond smeekte om de dood. ’s Middags ging ik terug. Mijn zoon ging mee. Na afloop draaiden we hem in een deken. Hij mocht mee naar huis. Hij ligt nu bij mij in de tuin, naast z’n oude makker De Buit. Hij was bijna 14 jaar, en dertien jaar mijn hond. Zijn eerste acht maanden bracht hij door in een asiel in Turkije.  Hij werd tenslotte mijn lieve Turk. Marie is er nog, ze is pas zeven en ze is vrolijk. Ze is een stuk kleiner dan hij. Op de bank drukt ze zich ’s avonds dicht tegen me aan en wringt haar kopje onder mijn arm. Stil maar baasje, zegt ze, we missen hem allebei, maar ik ben er nog. 

Reageren? Graag!  Dat kan via mail guus.van.winkel@pandora.be