Dennen en Sparren

Zo na Sinterklaas halen we weer massaal kerstbomen in huis, meestal een spar, maar wat is eigenlijk het verschil tussen die twee? De dennenboom en de spar zijn allebei bomen die in de Nederlandse bossen groeien en zijn beide erg geschikt om te versieren als kerstboom. 

Maar toch zijn er ook wel verschillen, de spar is namelijk geen dennenboom en een dennenboom geen spar. Dat verschil zit hem in de naalden, je kunt de dennenboom herkennen aan zijn lange, zachte naalden, terwijl de spar juist harde en korte naalden heeft.

Het belangrijkste verschil tussen een den en een spar is dat bij een spar de naalden één per één op de twijgen staan ingeplant, terwijl de naalden van een den per twee, per drie of per vijf zijn ingeplant. Geen enkele sparrenboom hoort hier van oorsprong thuis, met de kerstboom halen we dus altijd een vreemdeling in huis.  Van de naaldbomen zijn alleen de taxus of venijnboom, de jeneverbes en de grove den een oorspronkelijke inlandse soort.

Neem bij de sparren bijvoorbeeld de Douglasspar deze is pas eind van vorige eeuw hier ingeburgerd en van oorsprong komt deze spar uit Noord-Amerika. 

Dennen, maar ook sparren en andere soorten naaldbomen zijn kampioenen in het overleven van koude temperaturen. Ze komen voor tot in het hoge noorden of op bergen tot aan de boomgrens. Om zo weinig mogelijk water te verliezen door verdamping, hebben ze naalden in plaats van bladeren. Die zijn niet alleen kleiner, maar die hebben ook nog een dikke waslaag.  De huidmondjes, dat zijn de gaatjes waardoor de bladeren ademen, liggen verzonken aan de onderkant van de naalden. Deze 3 dingen zorgen dat zo weinig mogelijk water verdampt of verloren gaat. De naalden zorgen er ook voor dat sneeuw er makkelijk af glijdt, zodat de takken niet te zwaar worden en afbreken. Nog een bijzondere aanpassing van naaldbomen is dat de sappen, in de stam en takken, stromen in de holtes buiten de cellen en niet van cel tot cel.  Als dit sap bevriest en dus uitzet, vriezen de cellen niet stuk. Daarnaast werken de suikers in het sap van de naalden als een soort antivries.

Na op een laag pitje geleefd te hebben tijdens de vorst, kan een naaldboom heel snel zijn activiteiten hernemen zodra de temperaturen positief zijn.  De naalden kunnen onmiddellijk aan fotosynthese beginnen als de wortels weer water kunnen opnemen. Dat hebben ze voor op de loofbomen die moeten wachten tot hun blaadjes er weer staan. Sparren of naaldbomen verliezen hun bladeren, de naalden dus, niet in de herfst. Tenminste, ze verliezen wel naalden, maar beetje bij beetje.  Ondertussen krijgen ze ook steeds nieuwe naalden en doen ze er ongeveer vier jaar over om alle naalden te vervangen. Een uitzondering is de lariks, deze naaldboom kleurt in de herfst geel en verliest aan het einde van dit seizoen al zijn naalden. 

Foto en tekst Jan de Bruijn. 

Heeft u ook een mooie landschap of natuurfoto van of over Cranendonck?  Mail deze gerust naar cranendonckinbeeld@gmail.com met vermelding van de locatie, en mogelijk wordt het geplaatst.