Dit is geen Belgenmop 

Welig tieren aan weerszijden van Belgisch-Nederlandse grens clichés, moppen, bakken, grappen. Van authentiek tot melig, van brutaal tot liefelijk, zowel bij ‘Hamutteneirs’ als bij ‘Bulanders’. Het lijkt zo anders aan de andere kant! ’t Is des mensen… 

Belgen verslijten Hollanders wel ‘s als: krenterig, betweterig, arrogant. Hollanders beoordelen Belgen soms als: dom, naïef, confuus. Ooit gaf een ‘Nederbelg’ me bij een betaalautomaat de raad mijn identiteitskaart in de gleuf te steken. Hij schaterlachte naar de omstaanders zijn kunstgebit in aanbieding. Ondanks hun misprijzen wemelt de Belgisch Limburgse grensstreek van Nederlanders. Ze wonen er, lopen er school, worden er verzorgd, sterven er. Omgekeerd – Belgen naar Nederland – is eerder een zeldzaamheid. Dus stelt menige Hamontenaar: “Zoe slêêcht is ’t hie daan toch nog nè…” Belgenmoppen pareer ik met persiflages in een soort stijf Hollandse uitspraak: sommige stemhebbende medeklinkers worden dan stemloos en enige lange klinkers tweeklanken. In de aard van: “Luik toch, tie Pelgen!” Of: “Sou sonder schroum noemen se sichself selfs Neterpelgen, aschjemenaaw!” Sommige moppen keren naar de afzender terug, uiteraard in aangepaste versie. 

Zo kregen, wat betreft naïviteit in het kwadraat, onze illustere noorderburen begin augustus 2015 – als ik me niet vergis – een koekje van eigen deeg. Zelfs de eigen inlandse pers lustte er pap van. Het Nederlandse leger namelijk kampte tijdens die vermaledijde periode met een ernstig munitietekort. Volgens bronnen binnen Defensie moesten militairen toen tijdens schietoefeningen noodgedwongen zelf ‘Pang’ roepen als ze de trekker overhaalden. Jean Debie, toen voorzitter van de militaire vakbond VBM, noemde destijds deze situatie desastreus voor het moreel van de militaire schutters. 

Stel je voor: een bataljon op manoeuvres. Hans, kapitein van een compagnie, roept zijn eenheid op appel. Hij beveelt: “Geef acht…! Presenteer cheweer…! Cheweer af…! Ter plaatse rust…!” Hij communiceert: “Fandaach schietoefeningen sonder kochels…! Wie schiet, roept: ‘Pang’…! Ingerukt mars…!” Na het appel vragen de soldaten Kees, Joop en Ari aan hun overste wat zij dan met hun mitrailleur moeten roepen. ‘Nogal wiedes,” roept kapitein Hans. “Trie keer pang. Pang, pang, pang!” “Ja, maar…,” oppert Kees beduusd, “Onse machinechuns sijn repeteercheweren en hebben feel meer kochels.” Gefrustreerd brult de kapitein: “Ik sei:’Trie’! Ik sei: ‘Pang, pang, pang’!”

Rosette, altijd de eerste lezeres van mijn schrijfsels, mijmerde: “As Kees unne Zjef zou ziejn, Joop unne Zjang en Ari unne Zjaak, zouwe ze gegarandeerd zonder vroagen geroepen hemmen:  ‘Pief, poef, paaaaaf’…” Bij deze schoot me de uitspraak van een Vlaamse prof aan de Radboud Universiteit in Nijmegen te binnen: ‘Hollanders zijn planmakers, Vlamingen plantrekkers!”

Vlaming of Hollander, nog een zalig 2023…

(Harrie Beks – Hamont, zaterdag 07.01.23)