De lindeboom

De linde (in het Latijn Tilia) is een geslacht uit de kaasjeskruidfamilie en groeit op het noordelijk halfrond in Europa, Noord-Amerika en Azië.  De soorten die hier groeien zijn de winterlinde, de zomerlinde, de zilverlinde en de Hollandse linde. De lindebomen houden van voedselrijke vochthoudende grond en kunnen half schaduw verdragen maar als ze groot zijn staat de kroon van de boom het liefst in de zon. De bladeren van de boom zijn hartvormig en eindigen met een punt en ze zijn handnervig en meestal met een scheve bladvoet. Vroeger kwam men de linde ook in de loofhoutbossen tegen, maar tegenwoordig treft men hem aan als laan en parkboom.                                                                                                                              De winterlinde kan wel 30 meter hoog en 20 meter breed worden en heeft een zuilvormige kroon. De bladeren van 6 tot 8cm zijn donker groen aan de bovenkant. Aan de onderkant zijn ze blauwgroen en glad. De winterlinde heeft geen wortelscheuten bij de stam.  

De zomerlinde heeft 8 tot 10cm grote bladeren die scherp getand zijn en aan de boven-  en onderkant zacht behaard. De onderkant van het blad is lichter groen van kleur als de bovenkant. Deze boom kan ook 30 meter hoog en 20 meter breed worden. De Hollandse linde is een kruising van de winter en zomerlinde. De bladeren zijn 10cm lang scherp getand en glad van onderen. Deze boom kan wel 40 meter hoog en 20 meter breed worden. De boom maakt talloze wortelscheuten op de stam. De zilverlinde heeft tot 12 cm lange bladeren en deze zijn aan de onderkant zilverachtig behaard evenals de twijgen. De boom wordt 25 meter hoog en 15 meter breed. De koningslinde is een cultivar van de Hollandse linde en men plant deze boom bij troonswisseling van het koningshuis. Leilinden ontstaan  door lindebomen te leien en te snoeien. In juni bloeien de lindebomen met geurige kleine hangende tuilen. De bijen en hommels zijn dol op de nectar en stuifmeel. Bekend is ook de bijenhoning van de lindeboom. De kleine ronde vruchten hebben een steunblaadje en vallen in de herfst al van de boom. Het hout van de boom is wit, zacht en licht van gewicht met een gelijkmatige structuur en daardoor geschikt voor draaiwerk, houtsnijwerk en beeldhouwwerk. De lindeboom kan heel oud worden. De oudste linde staat in Sambeek met een stamomtrek van 780cm en deze boom is rond 1600 geplant. De uitwerpselen van luizen zorgen voor honingdauw op het blad waardoor een schimmel ontstaat: de roetdauw. Deze plakkerige substantie ziet men dikwijls als men de auto onder een lindeboom heeft geparkeerd.

Info: Toon van Seggelen   a.seggelen@upcmail.nl   

IVN Cranendonck

Foto De gele herfstkleuren van een lindeboom