Minder dan één op de vijf kiesgerechtigden koos voor de PVV

Het staat vast dat de PVV meer kiezers heeft getrokken dan de andere partijen. Dat het effect hiervan automatisch moet leiden tot de overheersende, invloedrijke rol die Wilders hieraan wil ontlenen, is niet zo vanzelfsprekend. Dit wordt duidelijk uit de echte cijferverhoudingen.   De opkomst bij de verkiezingen voor de leden van de Tweede Kamer was slechts 77,8 %. Van de uitgebrachte stemmen ging 23,6% of iets minder dan één van de vier stemmen, naar de PVV.  Feit is ook dat bijna een kwart van de mensen die mocht stemmen, dat niet heeft gedaan. De redenen hiervoor kunnen talrijk zijn: vergeten, ziekte, stempas kwijt, geen zin, vervoersproblemen enzovoorts. Van alle stemgerechtigden heeft daardoor echter slechts 18,3% op de PVV gestemd. Als bij elke verkiezing gaat een deel hiervan naar extreme partijen als van bijvoorbeeld Baudet en Wilders. Men kiest dan niet omdat men het eens is met de doelstellingen van zo’n groepering maar vooral uit ‘protest’ tegen alles waarvan men vindt dat dit fout ging. De grootte van zo’n deel protest-stemmers is moeilijk vast te stellen. Naar schatting zal echter slechts ongeveer één op de zeven kiesgerechtigden een gedeelte van Wilders’ doelstellingen, bewust onderschrijven. Dat men het eens is met alle plannen van Wilders, lijkt namelijk heel onwaarschijnlijk. Mijn vrees is nu dat deze verkiezingen een lange nasleep krijgen en zullen leiden tot hoge wachtgeld-regelingen van onbekwame ministers, staatssecretarissen en Tweede Kamerleden. 

Frans Heesakkers, Maarheeze.