Verloskundige Simone Pauelsen-Molenaar stopt ermee

CRANENDONCK – Honderden bevallingen begeleidde Simone Pauelsen-Molenaar. Op 1 januari stopt ze met haar werk als verloskundige in Cranendonck en gaat ze het wat rustiger aan doen. Maar helemaal stoppen met werken doet ze niet. De Maarheezerse houdt namelijk van aanpakken. 

Door Roy de Leijer

De roots van Simone Pauelsen-Molenaar (59) liggen in Noord-Holland. Na haar opleiding tot verloskundige in Heerlen was Pauelsen een tijdje zoekende naar een vaste standplaats. Ze nam onder meer waar in Delft, Driebergen en Berkel-Enschot. 

In 1988 streek ze neer in Maarheeze en opende daar haar eigen praktijkruimte. Haar Budelse collega José van den Elsen kende Pauelsen van de vroedvrouwenschool in Heerlen. Die had net het stokje overgenomen van zuster Josefien de Kever, die was jarenlang zo’n beetje 24 uur per dag in touw geweest als verloskundige in de toenmalige gemeenten Budel en Maarheeze. Van den Elsen was daarom op zoek naar versterking. Die vond ze in haar voormalige studiegenoot. Pauelsen: “Dat mijn man bij Philips aan de slag ging hielp natuurlijk ook. Zelf kom ik uit Noord-Holland, van Maarheeze had ik nog nooit gehoord. Ik moest in het begin met een plattegrondje op pad, maar ik voelde me hier meteen als een vis in het water”, vertelt Pauelsen.

Haar werk als verloskundige was de perfecte manier om in te burgeren. “Bij de sinterklaasintocht moet ik vaak net zoveel zwaaien als Sinterklaas. Wel moeten de ouders dan vaak aan hun kinderen uitleggen wie ik ben.”

Verloskundigenpraktijk Cranendonck telt inmiddels vier verloskundigen. Pauelsen: “Voor de gemeentelijk herindeling in 1997 hadden we ook Sterksel erbij. Verder kwam ik regelmatig in België, bij Nederlanders die over de grens zijn gaan wonen. In België is er een compleet ander systeem. Daar kennen ze geen thuisbevallingen. Dat gold ook voor de gezinnen van Duitse militairen die in Budel woonden.”

Een van de meest bijzondere bevallingen die Pauelsen mocht begeleiden, was die van een bewoonster van het toenmalige AZC De Kempense Veste in Budel-Dorplein. Het was geen alledaagse bevalling. Pauelsen: “Ik ging er met een tolk naar haar toe. En in het bed waarin de baby is geboren lagen de twee andere kinderen van de vrouw te slapen.”

Bijzonder was ook de geboorte van een kind in de auto voor het ziekenhuis in Weert. Ook was er een bijna-bevalling in een lift. “Verder heb ik twee geboortes meegemaakt, waarbij de moeder niet wist dat ze zwanger was.” 

Bevallingen vinden steeds vaker in het ziekenhuis plaats. Het aantal thuisbevallingen is daardoor flink teruggelopen. “Dit jaar zijn er in Cranendonck twaalf kinderen thuis geboren. Vroeger waren dat er 150 tot 200”, zegt Pauelsen, die aangeeft dat de wens van ouders altijd wordt gehoord.

“Vroeger kwamen we de gynaecoloog vaak alleen tegen als er iets misging, nu is er heel intensief contact met het ziekenhuis.” Ook de rol van de vaders is veranderd. “Veel stellen zijn tegenwoordig echt samen zwanger, soms de vader nog iets meer dan de moeder”, lacht Pauelsen.

Ze begeleidde honderden bevallingen. “Na zevenhonderd ben ik gestopt met tellen. Vroeger zei je als verloskundige dat je een bevalling deed, maar het zijn toch echt de moeders die het zware werk verrichten. Het is niet voor niets dat ze in Engeland de term ‘in labour’ gebruiken en in België ‘in arbeid’ zeggen. Ik help alleen een handje bij deze speciale en spannende momenten”, vertelt Pauelsen, die ook al de nodige ‘kinderen van kinderen’ op de wereld heeft gezet.

Dat kinderen gezond worden geboren is niet altijd een vanzelfsprekendheid. “Als er iets misgaat dan komt dat aan als een mokerslag. Vroeger kwam je daar vaak niet meteen achter, maar door de diagnostiek van nu het mogelijk om tijdens de zwangerschap te ontdekken dat een baby niet gezond is. Dit stelt de ouders voor moeilijke keuzes. Ik bewonder de ouders die moedige beslissingen moesten nemen om toch door te gaan met de zwangerschap of, met evenveel liefde voor hun kind, dat niet te doen.”

Meestal gaat een bevalling goed. “Dan geniet ik volop mee. Het huilen van een baby na de geboorte is het mooiste geluid dat er is. Dat uit twee cellen een heel levend wezen ontstaat dat zichzelf kan redden is heel bijzonder. Het is ook leuk om de ouders in hun rol te zien groeien. Bij de eerste controle moeten ze het wiel nog helemaal zelf uitvinden. Ik vind het leuk om hen wegwijs te maken. Dat ga ik ook het meeste missen. Net als de controles en kraamvisites bij mensen thuis.”

Nu ze met pensioen gaat komt er ook een einde de onregelmatige werktijden die haar beroep jarenlang met zich meebracht. “Ik heb er nooit moeite mee gehad om ’s nachts te werken, maar dan moest er wel actie te beleven zijn. Ik hou van het echte verloskundige werk. Het administratieve gebeuren doe ik liever op andere momenten.”

Helemaal stoppen met haar passie doet Pauelsen overigens niet. “Bij het Sint Jans Gasthuis in Weert ga ik helpen met het draaien van baby’s, zodat ze worden geboren in de hoofdligging. En misschien ga ik ook wel bloedprikken.” Doordat ze uit de maatschap stapt, heeft ze voortaan meer tijd voor haar hobby’s, zoals schaatsen. “Ik wil graag trainingen gaan verzorgen voor kinderen en volwassenen.”

Foto Jos Meusen