Sinterklaas

De Sint kwam. De Sint ging. Een straffe gast, die Goedheiligman! Hij kan zich opsplitsten in duizenden exemplaren. Ondanks dat de Kerstman qua gestalte beter bij mijn past, treed ik toch liever op als Sinterklaas. Dat ‘Hohohooo’ van Santa Claus hangt me snel mijn taalschat en mijn de keel uit… Sommige nepsinten hebben echter ook een snode reputatie. Onwaardig een tabberd, een staf, een mijter en een mismissaal te dragen. Bij zulk een pseudosint past beter het predicaat ‘Gluurklös’ als hij met zijn piet en met zijn staf in de hand geniepig door sleutelgaatjes en gordijnspleetjes koekeloert. Tot hier de demystificatie van zo’n Klaas. Maar welke Sint, eventueel Santa Claus, kan, wil, mag uiteindelijk voldoen aan de ultieme, kinderwens tot smeekbede, uitgedrukt in het onderstaande briefgedichtje…? 

5 december
 
Liefste Lieve Sint,
speelgoed kreeg ik al genoeg,
vaak nog vóór ik het vroeg:
poppen, puzzels, pluchen beesten,
boeken nog het meeste,
lego, loco, domino op video.
Ik kreeg het allemaal cadeau.
Een Nintendo, een powerman,
een ipod of een GSM,
een X-box, een Wii of een game,
ik hoef er geen.
 
Maar…, Liefste Lieve Sint,
ik ben een enig kind,
vier hoog, in een enge flat.
Altijd moet ik alleen naar bed.
Ik wil niet klagen,
alleen maar vragen:
‘Breng dit jaar een zusje of een broerke, 
 voor u toch maar een tovertoerke!
Alstublieft, Liefste Lieve Sint…’

 
 
(Harrie Beks, zondag 10.12.23)