De Maretak

De maretak is een groenblijvende half-parasiet op bomen en wortelt op het hout van de gastheer. Hij wordt ook wel vogellijm of mistel genoemd hetgeen afgeleid is van de Engelse naam mistletoe. De plant komt voor op de takken van populier, appelbomen, eik, esdoorn, robinia en meidoorn. Voor water, zouten en anorganische stoffen is de plant afhankelijk van zijn gastheer.

De maretak is een groenblijvende, bolvormige struik die een doorsnede van 50 cm kan bereiken en behoort tot de sandelhoutfamilie. De wortels van de plant groeien in het hout van de takken waarop hij zit. Wanneer men de plant verwijderd blijven de wortels in de tak van de gastheer. Deze wortels worden ook wel haustonieën genoemd. In de winter wanneer de bomen de bladeren hebben laten vallen kan men hem heel goed zien en lijkt dan wel op   een kerstbal. Hij is een kalkindicator want hij groeit alleen op plaatsen waar kalk in de grond zit. Hij heeft leerachtige groene spatelvormige bladeren. De stengel van de maretak is rond, groen en verdikt onder de knoop waar hij zich in tweeën splitst. Op de eerste en verder op iedere volgende stengel ontstaat steeds een gaffelvormige vertakking hetgeen we een dichotome vertakking  noemen. De gaafrandige bladeren zijn spatelvormig. De bloempjes zitten in een bij elkaar gedrongen hoofdje. Het bloemdek is geelachtig  groen. De bloemen zijn meestal viertallig en wit. De plant is tweehuizig. Iedere bolvorm is of mannelijk of vrouwelijk. De mannelijke bloemen zijn tweemaal zo groot als de witte vrouwelijke bloemen. De bestuiving doen insecten die op de nectar afkomen. De witte bessen worden door de vogels gegeten waarbij het zaadje, dat giftig is, wordt uitgepoept. Dit zaadje kan aan een tak blijven hangen waardoor er een nieuw plantje kan ontstaan. De maretak staat bekend als heksenkruid en werd aan balken van stallen opgehangen en diende om de mare (heks) te verjagen en zo het vee vruchtbaar te houden. Bij de Kelten en Germanen was de maretak van een eik een heilige plant die in hun magische vruchtbaarheidsrituelen een belangrijke rol speelde. Hier werden geofferde dieren met de maretak van de eik besprenkeld als beschermer tegen onheil en ziekten. De offergaven waren bestemd voor de geesten van de vruchtbaarheid zoals de godin Freya. In de middeleeuwen werden de bessen van de plant gekookt tot een stroperige en plakkerige substantie: de vogellijm. De lijm werd uitgesmeerd op stokken om zo vogels te vangen. De kruiden van de maretak zijn bloeddrukverlagend en werden vroeger gebruikt tegen epilepsie. Als een persoon onder een maretak staat mag hij of zij gekust worden.

Info: Toon van Seggelen  a.seggelen@upcmail.nl IVN Cranendonck